Budget voor scholing en werk

De regering moet 100 miljoen euro voor scholing ook inzetten voor werklozen en mensen met een arbeidsbeperking. Deze groep heeft extra steun nodig bij het vinden van werk. Mensen met een werkgever kunnen vaak al gebruikmaken van scholingsfondsen, maar voor mensen zonder werk zijn deze re-integratiemiddelen cruciaal voor hun toekomst.

Motie van de leden Tseggai en Patijn over 100 miljoen voor LLO mede oormerken voor doelgroepen van re-integratiemiddelen

De kamer, constaterende dat het kabinet voornemens is om 100 miljoen te bezuinigen op re-integratiemiddelen van het UWV; constaterende dat deze middelen essentieel zijn voor mensen die geen werkgever meer hebben omdat ze bijvoorbeeld gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn of een WW-uitkering hebben; overwegende dat hulp bij het vinden van werk en scholing voor deze doelgroepen cruciaal is om duurzame uitstroom naar werk te realiseren en de sociale zekerheid uit te stromen; overwegende dat het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen een breed maatschappelijk doel is, maar dat er voor de mensen die een werkgever hebben, een beroep kan worden gedaan op cao-regelingen en op opleidings- en ontwikkelfondsen; verzoekt de regering om de 100 miljoen voor Leven Lang Ontwikkelen mede te oormerken voor de doelgroepen van de re-integratiemiddelen en dus mede te besteden aan mensen die werkloos zijn, die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn of een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, zodat scholing en hulp bij vinden van werk direct bijdraagt aan hun re-integratieproces, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling van SZW te informeren over de vormgeving hiervan.
16 april | GL-PvdA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen mee kan doen en investeert in ondersteuning voor mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt [2][1]. Ook wordt expliciet ingezet op passende begeleiding naar betaald werk voor mensen in een sociaal vangnet [4] en is het bieden van ontwikkelkansen aan mensen die niet kunnen werken een prioriteit [5]. Het oormerken van middelen voor deze kwetsbare groepen sluit aan bij dit beleid.

Argumenten tegen: De partij is sterk voorstander van een 'leerrecht' voor werkenden/iedereen en het stimuleren van om- en bijscholing in samenwerking met het bedrijfsleven om de productiviteit te verhogen en krapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan [3][6][7]. Het oormerken van deze middelen voor specifieke re-integratiemiddelen zou de algemene inzetbaarheid van de 'Leven Lang Ontwikkelen'-gelden voor de bredere werkende bevolking kunnen beperken.

Bronnen:

  1. "Ontwikkelen en leren. In samenwerking met het bedrijfsleven zorgt de overheid voor een ontwikkelbudget. Zo kan het hele werkzame leven ingezet worden op het volgen van opleidingen en cursussen. Ook om- en bijscholing vallen binnen het budget. We erkennen en bekostigen brancheopleidingen voor mensen met een beperking, zodat zij ook een diploma of certificaat kunnen halen. Dat biedt erkenning en meer kansen om ook mee te kunnen doen met de samenleving. Zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."
  2. "Leven lang ontwikkelen. Iedereen moet zich een leven lang kunnen ontwikkelen, ongeacht leeftijd, achtergrond of inkomen. Er komt een leerrecht voor werkenden voor om- en bijscholing. Hierbij stimuleren we omscholing naar sectoren waar we de mensen het hardst nodig hebben, en hebben we extra aandacht voor oudere werknemers in minder innovatieve sectoren, zie hoofdstuk 'Onderwijs'. Inclusieve arbeidsmarkt. We hebben iedereen in Nederland hard nodig. Wij staan voor een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen mee kan doen. We gaan door met de verplichting voor de overheid en grote bedrijven om banen te creƫren voor mensen met een beperking. We ondersteunen werkgevers bij het faciliteren van banen voor mensen met een beperking. Niet op gesprek gevraagd worden vanwege je achternaam of je leeftijd is onacceptabel. (Stage)discriminatie bij sollicitaties pakken we hard aan, zie hoofdstuk 'Democratie, Rechtsstaat en Gelijke Rechten'."
  3. "De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."
  4. "Kansen centraal. We bouwen aan een sociaal vangnet dat niet alleen beschermt, maar ook kansen biedt, zodat mensen vooruit durven kijken en opnieuw mee kunnen doen, zonder de angst alles kwijt te raken. We bieden passende begeleiding naar betaald werk. Mensen voor wie regulier werk (nog) niet haalbaar is, worden begeleid naar vrijwilligerswerk, een sociale werkvoorziening, beschut werk en basisbanen. Werk moet daarnaast lonen en de stap uit de uitkering mag geen sprong in het diepe zijn. Daarom zorgen we voor een terugvaloptie en maken we het mogelijk om vanuit een uitkering bij te verdienen."
  5. "Zekerheid en ontwikkeling voor wie (langdurig) niet kan werken. Een grote groep Nederlanders kan bijvoorbeeld wegens chronische ziekte niet werken, maar valt buiten veel regelingen (zogeheten 'niet-uitkeringsgerechtigden'). We zorgen voor bestaanszekerheid voor deze groep en ontwikkelkansen naar vermogen."
  6. "Arbeidsmarkt van de toekomst. De arbeidsmarkt verandert. Door krapte is de druk op sommige werkenden heel hoog, terwijl elders banen verdwijnen door digitalisering. De toepassingen van AI ontwikkelen zich razendsnel. We gaan slimmer werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan en meerwaarde heeft. Zo verhogen we onze productiviteit, waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg. We investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom. We maken hierover afspraken met sociale partners, het onderwijs en de regio's in de een werk-ontwikkel-aanpak."
  7. "De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werkontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten."