De regering moet prioriteit geven aan technische, digitale en AI-vaardigheden binnen de nationale talentstrategie. Dit is nodig om de economie relevant te houden en het tekort aan geschoold personeel op te lossen. Hiermee wordt het onderwijs, inclusief het mbo en ontwikkelingsprogramma's voor werkenden, beter voorbereid op de nieuwe banen van de toekomst.
Motie van het lid Rooderkerk c.s. over in de nationale talentstrategie expliciet aandacht besteden aan digitale vaardigheden in al het onderwijs
De kamer,
constaterende dat het rapport-Wennink benadrukt dat Nederland alleen
economisch en technologisch relevant blijft binnen Europa door te
investeren in strategische sectoren zoals digitalisering, energie en klimaat;
constaterende dat er nog altijd tekorten zijn in technische beroepen en dat
de aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en bijscholing versterkt kan
worden;
constaterende dat de opkomst van AI de arbeidsmarkt in hoog tempo
verandert en dat zowel bestaande als nieuwe beroepen steeds vaker
vragen om digitale en AI- gerelateerde vaardigheden;
overwegende dat deze transities vragen om voldoende beschikbaarheid
van hoogwaardig praktisch geschoold talent, met name in technische en
digitale domeinen;
overwegende dat een samenhangende talentstrategie, inclusief Leven
Lang Ontwikkelen (LLO), van belang is om zowel huidig als toekomstig
personeel toe te rusten met de benodigde vaardigheden;
verzoekt de regering om in de uitwerking van de nationale talentstrategie
expliciet prioriteit te geven aan de ontwikkeling van technische, digitale en
AI-vaardigheden over de volle breedte van het onderwijs inclusief in het
mbo en in LLO-trajecten.
Argumenten voor: De partij stelt dat investeringen in innovatie en digitalisering noodzakelijk zijn voor productiviteit [1] en dat werknemers moeten bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties zoals AI [3]. Ook wordt benadrukt dat onderwijs en scholing cruciaal zijn voor kraptesectoren en het aanleren van nieuwe vaardigheden [1][2][5].
Argumenten tegen: De partij waarschuwt voor risico's van AI, zoals het verlies van vaardigheden [6], en benadrukt dat AI geen gewoonterecht mag worden, waarbij werknemers het laatste woord moeten hebben over de inzet ervan [4]. Een onvoorwaardelijke focus op AI-vaardigheden zou op gespannen voet kunnen staan met het inperken van riskante toepassingen [6].
Bronnen:
"Arbeidsmarkt van de toekomst. De arbeidsmarkt verandert. Door krapte is de druk op sommige werkenden heel hoog, terwijl elders banen verdwijnen door digitalisering. De toepassingen van AI ontwikkelen zich razendsnel. We gaan slimmer werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan en meerwaarde heeft. Zo verhogen we onze productiviteit, waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg. We investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom. We maken hierover afspraken met sociale partners, het onderwijs en de regio's in de een werk-ontwikkel-aanpak."
"Het werk van nu. Digitalisering biedt kansen om de krapte te lijf te gaan. We zetten in op laagdrempelige en aantrekkelijke omscholingstrajecten voor kraptesectoren, en bieden extra ondersteuning voor zij-instromers. Bedrijven staan te springen om vakmensen. We breiden daarom specifiek opleidingen uit voor kraptesectoren in bijvoorbeeld techniek en zorg, en maken het makkelijk voor mensen om als zij-instromer een technisch beroep te doen."
"De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'."
"Waardevol werken met kunstmatige intelligentie. AI verandert onze manier van werken. We willen volledige inspraak van medewerkers over de manier waarop AI-toepassingen worden ingezet op de werkvloer. Per sector kijken we met vakbonden en werknemers óf en hoe AI kan bijdragen aan waardevol werk. Op plekken waar AI gewenst is, kijken we welke duurzame en ethische oplossingen voorhanden zijn. Waar AI niet gewenst is, hebben werknemers het laatste woord. AI wordt geen gewoonterecht, maar een weldoordachte keuze waarbij de rechten van werknemers worden gerespecteerd. Voor meer informatie over platformwerkers, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie.'"
"Leren over de digitale wereld. Mediawijsheid en digitale geletterdheid worden een vast onderdeel van het onderwijscurriculum. Elke jongere moet voldoende geletterd en gecijferd het onderwijs verlaten. Kerndoelen zoals lezen, schrijven en kritisch nadenken mogen niet lijden onder het gebruik van AI. Plekken waar mensen heen kunnen om wegwijs te worden op het internet, zoals bibliotheken, krijgen toereikende financiering."
"Waak voor de risico's van AI. Naast de kansen van AI, zijn we ons bewust van de risico's. Op dit moment is AI te vervuilend, vervaagt het de grens tussen wat echt en nep is en laten we belangrijke taken over aan taalmodellen waardoor we zelf vaardigheden verliezen. We nemen maatregelen om dit te voorkomen. We verbieden riskante AI-systemen, zoals systemen voor realtime-gezichts- of emotieherkenning. AI-gegenereerde content moet altijd als zodanig herkenbaar zijn, met duidelijke bronvermelding. Data voor het trainen van AI-modellen mag alleen zonder dwang of drang en met expliciete toegang verkregen zijn."