De regering moet in onderzoek naar academische vrijheid kijken naar de autonomie van universiteiten en hogescholen. De minister mag nu namelijk nog te veel invloed uitoefenen op deze instellingen. Academische vrijheid is essentieel om onderzoek in alle vrijheid uit te kunnen voeren.
Motie van de leden Abdi en Rooderkerk over in het brede onderzoek naar academische vrijheid institutionele autonomie meenemen als factor van belang
De kamer,
constaterende dat de leden van de raad van toezicht van universiteiten
door de Minister van OCW worden benoemd, geschorst en ontslagen, en
dat de Minister de raad van toezicht van hogescholen een aanwijzing kan
geven;
constaterende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie bepaalde dat
academische vrijheid ruim moet worden opgevat, in de zin dat die ook
een «institutionele en organisatorische» dimensie heeft en de autonomie
van hogeronderwijsinstellingen een voorwaarde is om individuele
wetenschappers hun onderzoek in vrijheid te laten uitvoeren;
van mening dat de ministeriële stelselverantwoordelijkheid voor
hogescholen en universiteiten niet mag betekenen dat de Minister
gemotiveerde invloed kan uitoefenen op hogeronderwijsinstellingen;
verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om in het brede
onderzoek naar de academische vrijheid (zoals aangekondigd in de
Kamerbrief van 18 december 2025) de institutionele autonomie als factor
van belang mee te nemen en de Kamer hierover te informeren.