De regering moet binnen de Europese Unie pleiten voor het opschorten van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord. Israël schendt de mensenrechten in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Ook houdt het land zich niet aan internationale afspraken over humanitaire hulp en de rechtsstaat.
Motie van de leden Van der Werf en Van Lanschot over zich actief inzetten voor het vormen van een kopgroep van lidstaten die pleit voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord
De kamer,
constaterende dat uit de review van de Europese Commissie blijkt dat er
indicaties zijn dat Israël met zijn optreden in Gaza zijn mensenrechtenverplichtingen schendt en daarmee niet voldoet aan artikel 2 van het
EU-Israël-associatieakkoord;
overwegende dat de in de review genoemde schendingen, waaronder de
beperkingen op de toegang van humanitaire hulp en de uitbreiding van
nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, voortduren;
overwegende dat recente Israëlische aanvallen op Libanon en de
invoering van de discriminerende doodstrafwet voor Palestijnen erop
wijzen dat Israël verder afwijkt van zijn verplichtingen onder het internationaal recht, en daarmee van artikel 2 van het associatieakkoord;
verzoekt de regering zich binnen de Europese Unie actief in te zetten voor
het vormen van een kopgroep van lidstaten die pleit voor opschorting van
het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord.
Argumenten voor: De partij stelt dat hun buitenlandbeleid draait om vrede, gelijkwaardigheid en solidariteit, met een nadruk op respect voor de rechten van mensen en volken [2]. Tevens stelt de partij dat zij geen wapens verkopen aan landen waar mensenrechten worden geschonden [1]. Het opschorten van een handelsverdrag vanwege schendingen van mensenrechten en internationaal recht sluit hierbij aan als consequent instrument om de naleving van deze rechten af te dwingen.
Argumenten tegen: Er is geen directe passage in het verkiezingsprogramma die specifiek oproept tot het behoud van het EU-Israël-associatieakkoord of verzet tegen sancties in dit specifieke dossier.
Bronnen:
"Wapens zijn geen handelswaar. We verkopen geen wapens aan landen waar mensenrechten worden geschonden. De zeggenschap over wapenexport moet in democratische handen blijven. We stappen dus niet in het wapenexportverdrag met Frankrijk, Duitsland en Spanje, die de voorwaarden voor wapenhandel versoepelen. We kunnen geen gemeenschappelijk wapenexportbeleid voeren met landen die verboden wapens produceren of verhandelen."
"De wereldorde van vandaag is gebouwd op macht en rijkdom voor enkelen, terwijl miljarden mensen achterblijven. Wij kiezen voor een andere weg: een buitenlandbeleid dat draait om vrede, gelijkwaardigheid en solidariteit. We zetten in op respect voor de rechten van mensen en volken, gelijkwaardigheid in het economisch systeem en samenwerking op ontwikkelingsgebied."