De regering moet het beleid tegen handel in Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever aanscherpen. Bedrijven mogen er geen winst meer kunnen maken. Deze nederzettingen zijn volgens het internationaal recht illegaal. Het stoppen van deze economische activiteiten is nodig om het internationaal recht na te leven.
Motie van het lid Van Baarle over het huidige ontmoedigingsbeleid rond Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever omvormen naar verhinderingsbeleid
De kamer,
constaterende dat de Israëlische nederzettingen op de Westelijke
Jordaanoever volgens het internationaal recht illegaal zijn;
verzoekt de regering het huidige ontmoedigingsbeleid om te vormen naar
verhinderingsbeleid, waardoor het verdienen van geld door bedrijven in
illegaal bezet gebied actief wordt verhinderd.
Waarom voor? De partij stelt dat 'de handel in producten uit illegale nederzettingen strafbaar gesteld [moet] worden' [1]. Het omvormen van ontmoedigingsbeleid naar verhinderingsbeleid sluit aan bij de wens van de partij om actief op te treden tegen organisaties en bedrijven in deze gebieden, inclusief het treffen van sancties tegen alle ondersteuners [1].
Waarom tegen? Er zijn geen argumenten in het verkiezingsprogramma te vinden die pleiten tegen het verhinderen van handel met illegale nederzettingen; alle relevante bepalingen roepen juist op tot strengere economische sancties en het stoppen van economische samenwerking met Israël en organisaties in bezet gebied.
Bronnen:
"De handel in producten uit illegale nederzettingen wordt strafbaar gesteld en tegen alle bouwers, ondersteuners en bewoners van de illegale nederzettingen worden sancties getroffen." (0.784)