Het kabinet moet elk halfjaar in gesprek gaan met Joodse jongeren over antisemitisme en Jodenhaat. Er is nu nog geen vast overleg met deze groep, terwijl er wel een structurele dialoog bestaat met moslimjongeren over moslimhaat.
Motie van het lid Van der Plas over een halfjaarlijks gesprek tussen de minister-president en Joodse jongeren over antisemitisme en Jodenhaat
De kamer,
constaterende dat de Minister-President elk halfjaar een gesprek heeft met
moslimjongeren over moslimhaat;
constaterende dat zo’n structureel overleg met de Minister-President niet
bestaat met Joodse jongeren;
verzoekt het kabinet elk halfjaar een periodiek gesprek te voeren over
antisemitisme en Jodenhaat met Joodse jongeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat de Joodse gemeenschap een veilige plek in Nederland verdient en wil een versterkte nationale aanpak tegen antisemitisme [1]. Het instellen van een periodiek gesprek met Joodse jongeren past binnen de ambitie om antisemitisme en Jodenhaat krachtig aan te pakken [2][1].
Argumenten tegen: De partij geeft aan de motiestroom te willen tegengaan en stemt tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben [3]. Indien zij van mening is dat de huidige aanpak al volstaat of dat moties geen structurele oplossing bieden voor de onderliggende problematiek, zou zij tegen kunnen stemmen.
Bronnen:
"Harder optreden tegen antisemitisme: De Joodse gemeenschap verdient een veilige plek in Nederland. We versterken de nationale aanpak tegen antisemitisme en geven de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding meer bevoegdheden en middelen. Holocaustontkenning en -bagatellisering zijn een vorm van hedendaags antisemitisme en worden stevig aangepakt. We maken de Holocaust bespreekbaar in elk klaslokaal."
"Dat onze vrije en veilige manier van samenleven onder druk staat, blijkt helaas ook keer op keer uit de toename van onder meer Jodenhaat, vrouwenhaat en homohaat. In steeds meer schoolklassen is de Holocaust onbespreekbaar. In Amsterdam accepteert minder dan de helft van de leerlingen homoseksualiteit. Sommige mensen, vaak zelfs hier geboren, zijn totaal vervreemd van ons land opgegroeid."
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."