Belasting op overwinsten energiebedrijven

De regering moet een belasting invoeren op de extra hoge winsten van oliebedrijven tijdens energiecrisissen. De opbrengst hiervan moet worden gebruikt om de lasten voor mensen met een laag of middeninkomen te verlagen. Veel andere Europese landen vragen hier ook om.

Motie van de leden Jimmy Dijk en Teunissen

De kamer, constaterende dat oliebedrijven, zoals raffinaderijen in Nederland, grote crisiswinsten maken tijdens energiecrises; constaterende dat de ministers van economie en financiën van Duitsland, Italië, Spanje, Portugal, en Oostenrijk de Europese Commissie hebben opgeroepen deze overwinsten te belasten; verzoekt de regering ook te pleiten voor een belasting van overwinsten; verzoekt de regering zo snel mogelijk een regeling op te zetteņnom overwinsten te belasten en deze te gebruiken voor lastenverlichting van lage- en middeninkomens.
22 april | SP, PvdD |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CU over dit onderwerp

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Waarom voor? De partij stelt dat verschillende vormen van vermogen die nu niet of nauwelijks belast worden, beter in de heffingen betrokken moeten worden [3]. Daarnaast streeft de partij naar een evenwichtigere belasting op vervuiling [1] en wil zij dat meer winsten, zoals winsten op grondspeculatie, eerlijker worden verdeeld via belastingen [4].

Waarom tegen? De partij waarschuwt dat nationale heffingen bovenop Europese maatregelen niet altijd effectief zijn omdat vervuiling of economische activiteit dan simpelweg verplaatst [5]. Bovendien benadrukt de partij het belang van een gelijk fiscaal speelveld met buurlanden om te voorkomen dat bedrijven worden weggejaagd door belastingconcurrentie of ongunstige nationale kaders [2]. Belastingen op bedrijven zouden idealiter binnen een Europees kader moeten vallen om zowel een gelijk speelveld als effectiviteit te garanderen [5][2].

Bronnen:

  1. "We werken toe naar een evenwichtigere belasting van uitstoot en vervuiling. Daarbij houden we rekening met al bestaande Europese beprijzingsmechanismen. Op vliegtuigbrandstof en -tickets moet na de benodigde verdragswijziging accijns of btw betaald worden. Ook verhogen we de vliegbelasting. Andere fiscale voordelen die leiden tot extra broeikasgasemissies, ook wel fossiele subsidies genoemd, schaffen we af. Milieuvervuiling gaat steviger belast worden, bijvoorbeeld met een NOx-heffing. We belonen duurzamere productie door het invoeren van een belasting op vervuilende verpakkingen. We gaan grond- en leidingwater beter belasten. Accijnzen op tabak en alcohol gaan verder omhoog. Op suiker en andere ongezonde producten worden heffingen ingevoerd om voedselproducenten te stimuleren gezondere producten te maken. We introduceren een verbruiksbelasting op e-sigaretten en verhogen de kansspelbelasting." (0.690)
  2. "Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun." (0.683)
  3. "In het huidige belastingstelsel wordt inkomen uit arbeid relatief zwaar belast. We willen toe naar een belastingstelsel dat inkomen uit arbeid en de daadwerkelijke inkomsten uit vermogen zoveel als mogelijk op dezelfde manier belast. De hoge lastendruk op arbeid verlagen we flink. Daartegenover staat dat we verschillende vormen van vermogen die nu niet of nauwelijks belast worden, beter in de heffingen betrekken. De hypotheekrenteaftrek schaffen we geleidelijk af. In het licht van de grote investeringen die nodig zijn in defensie, vragen we van de grootste vermogens een extra bijdrage met een vermogensbelasting van 1% op vermogens boven de 1 miljoen euro. Vermogenscomponenten waarbij een dergelijke heffing niet geëigend is, zoals financieel laagrenderende activa met een hoog maatschappelijk rendement, worden in de vormgeving ontzien. We verlagen de huidige belasting in box 3, met name voor vastgoed." (0.673)
  4. "Grond is in Nederland duur. Dat komt deels doordat er veel wordt gespeculeerd: grond wordt opgekocht in de hoop dat het later veel meer waard wordt. Wanneer bouwrijp gemaakte grond sterk in waarde stijgt, profiteert hier vooral de private eigenaar van - de samenleving nauwelijks. De ChristenUnie wil dat deze waardestijging eerlijker wordt verdeeld. Daarom zijn we voor een belasting op de winst die ontstaat als grond bouwgrond wordt (planbatenheffing), we pakken hiermee ook grondspeculatie aan. Gemeenten moeten actiever met hun grond omgaan. Ze hebben al middelen om invloed uit te oefenen - zoals het voorkeursrecht of regels uit de Omgevingswet - maar die worden nog te weinig ingezet. Wij stimuleren dat gemeenten hier krachtiger mee aan de slag gaan. We maken de instrumenten waar nodig makkelijker in gebruik, zodat er sneller en betaalbaar gebouwd wordt en leegstand effectief wordt aangepakt." (0.670)
  5. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming." (0.665)