De regering moet uitrekenen wat de AOW-kosten en de staatsschuld in 2060 zijn als de AOW alleen stijgt volgens de wet. Dit inzicht is nodig om goede politieke en financiële keuzes te maken. Nu zijn er alleen berekeningen die uitgaan van de loonontwikkeling, terwijl dat niet in de wet staat.
Motie van de leden Grinwis en Flach over een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060
De kamer,
constaterende dat het Centraal Planbureau geen antwoord heeft gegeven
op de feitelijke vraag wat de geraamde AOW-uitgavengroei en de
EMU-schuld in 2060 zouden zijn indien de AOW tot en met 2060
uitsluitend stijgt conform de wettelijke koppeling, en dat het Ministerie
van Financiën bij de beantwoording van dezelfde feitelijke vraag verwijst
naar het Centraal Planbureau;
overwegende dat inzicht in de langjarige gevolgen van de wettelijke
AOW-koppeling noodzakelijk is voor een zorgvuldige politieke en
budgettaire afweging, waar er nu alleen een raming beschikbaar is op
basis van een niet in de wet verankerde koppeling met de feitelijke
loonontwikkeling;
verzoekt de regering een raming van de AOW-uitgavengroei en de
EMU-schuld in 2060 te maken indien de AOW tot en met 2060 louter stijgt
conform de wettelijke koppeling en inzichtelijk te maken hoe deze
uitkomsten zich verhouden tot de huidige CPB-raming.
Argumenten voor: De partij hecht waarde aan het op een goede manier financieren van maatregelen en wil voorkomen dat rekeningen op een onverantwoorde manier worden doorgeschoven naar komende generaties [1]. Een raming van de AOW-uitgaven en de EMU-schuld tot 2060 draagt bij aan dit inzicht in de langetermijnfinanciering. Daarnaast wil de partij dat uitgaven voor de sociale zekerheid op peil blijven [2], waarvoor inzicht in de feitelijke kosten van de wettelijke koppeling noodzakelijk is.
Argumenten tegen: De partij vindt dat het land niet bestuurd moet worden als 'kille boekhouders' [1]. Men zou kunnen redeneren dat de nadruk op strikte budgettaire ramingen en de EMU-schuld een vorm van boekhoudkundig bestuur is dat de sociale doelstellingen in de weg kan staan.
Bronnen:
"Wij willen onze maatregelen op een goede manier financieren. Dat betekent dat wij niet toestaan dat rekeningen op een onverantwoorde manier doorgeschoven worden naar komende generaties. Tegelijkertijd is het van belang dat we het land niet besturen als kille boekhouders. Binnen de bestaande Europese begrotingsregels is het dan ook bespreekbaar voor ons om de staatsschuld te laten oplopen, om investeringen in onze samenleving mogelijk te maken. Nu er op defensiegebied uitzonderingen op de begrotingsregels gemaakt worden, willen wij deze uitzonderingen ook voor investeringen in bijvoorbeeld publieke diensten die de brede welvaart van de samenleving vergroten en in het klimaatbeleid."
"Op fiscaal gebied kan dekking worden gerealiseerd door een eerlijkere bijdrage uit de winsten van grote bedrijven en van de superrijken. Wij verhogen daarom de winstbelasting voor grote bedrijven en schaffen ondoelmatige belastingvoordelen die de ongelijkheid vergroten af. Binnen de inkomstenbelasting zorgen wij voor een rechtvaardigere verdeling door van superrijken een eerlijke bijdrage te vragen. Deze eerlijke bijdrage vragen wij ook van zeer grote vermogens. De grote vervuilende bedrijven moeten ook hun eerlijke deel bijdragen, volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Aanvullende dekking kan worden gevonden door een doelmatigheidsslag binnen de overheid en het anders inzetten van bestaande fondsen. Tot slot heeft bij optredende begrotingstekorten het altijd eerst de voorkeur om in te zetten op een doelmatigere overheid, waarbij de uitgaven voor de sociale zekerheid, de zorg en het onderwijs worden ontzien en altijd op peil blijven."