Berekeningen voor toekomstige AOW-kosten

De regering moet uitrekenen wat de AOW-kosten en de staatsschuld in 2060 zijn als de AOW alleen stijgt volgens de wet. Dit inzicht is nodig om goede politieke en financiële keuzes te maken. Nu zijn er alleen berekeningen die uitgaan van de loonontwikkeling, terwijl dat niet in de wet staat.

Motie van de leden Grinwis en Flach over een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060

De kamer, constaterende dat het Centraal Planbureau geen antwoord heeft gegeven op de feitelijke vraag wat de geraamde AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 zouden zijn indien de AOW tot en met 2060 uitsluitend stijgt conform de wettelijke koppeling, en dat het Ministerie van Financiën bij de beantwoording van dezelfde feitelijke vraag verwijst naar het Centraal Planbureau; overwegende dat inzicht in de langjarige gevolgen van de wettelijke AOW-koppeling noodzakelijk is voor een zorgvuldige politieke en budgettaire afweging, waar er nu alleen een raming beschikbaar is op basis van een niet in de wet verankerde koppeling met de feitelijke loonontwikkeling; verzoekt de regering een raming van de AOW-uitgavengroei en de EMU-schuld in 2060 te maken indien de AOW tot en met 2060 louter stijgt conform de wettelijke koppeling en inzichtelijk te maken hoe deze uitkomsten zich verhouden tot de huidige CPB-raming.
23 april | CU, SGP | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij hecht veel waarde aan inzicht in de financiële gevolgen van langetermijnbeslissingen voor toekomstige generaties, wat zij willen formaliseren in een 'Toekomstbrief' [2]. Daarnaast heeft de partij specifieke standpunten over de koppeling van AOW-uitkeringen in relatie tot het sociaal minimum [3]. Bovendien is de partij kritisch over de volledigheid van de huidige CPB-modellen, omdat deze volgens hen bepaalde maatschappelijke baten en economische groei niet volledig meerekenen [1][4].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen het verzoeken om een nadere raming van de AOW-uitgaven en de EMU-schuld spreken.

Bronnen:

  1. "Na 2030 verschuiven de lasten verder van inkomen naar vermogen. De collectieve lasten stijgen op lange termijn met 3,1% bbp, en de overheidsschuld loopt op tot 150% bbp in 2060. Het CPB rekent het rendement op investeringen in onderwijs niet mee, terwijl er voldoende bewijs is om te laten zien dat investeringen in onderwijs renderen. Hetzelfde geldt voor de defensie investeringen in R\&D. Ook andere maatschappelijke baten van onder andere ons basisinkomen worden niet doorgerekend. Daarom verwachten we dat ons BBP en onze welvaart meer zullen groeien dan in de CPB-modellen."
  2. "De Toekomstbrief wordt een vast onderdeel van de Voorjaarsnota en de Miljoenennota. Deze brief geeft de (financiële) consequenties weer van de: * gevolgen van de huidige langetermijnbeslissingen; * kosten voor een goede kwaliteit van leven voor toekomstige generaties; * keuzeruimte en de eventuele wijzigingen aan de Voorjaarsnota en de Miljoenennota."
  3. "Betaald werk moet voldoende lonen. Voor veel werk gebeurt dit al. Maar voor mensen die moeten rondkomen van het minimumloon is dit niet het geval. Daarom vindt Volt het belangrijk dat het minimumloon een normale levensstandaard garandeert. Om het minimumloon niet afhankelijk te maken van de politieke kleur van het kabinet, verhogen we het minimumloon geleidelijk naar 19 euro. Het verhogen van het minimumloon mag niet ten koste gaan van kleine ondernemers, en zo grote bedrijven in de kaart spelen. De gekoppelde minimum- en AOW-uitkeringen volgen deze stijging niet, aangezien deze het sociaal minimum nu al garanderen. Het is hierbij essentieel dat mensen die het minimumloon betaald krijgen niet onder het sociaal minimum uitkomen. Volt houdt hier rekening mee in haar andere voorstellen."
  4. "Onze hervormingen brengen grote veranderingen met zich mee. We vernieuwen het belasting- en toeslagenstelsel volledig en verlagen de werkgeverslasten fors. Daardoor zijn de macro-economische effecten met meer onzekerheid omgeven dan gebruikelijk. Wij kiezen duidelijk voor een nieuwe duurzame en schone economie. Omdat deze transitie moeilijker voor de modellen te voorspellen is, is alle economische groei die hiermee gepaard gaat niet meegenomen. Dat betekent dat onze economische groei mogelijk nog groter is dan het CPB concludeert."