De regering moet onderzoeken welk effect de 'bevalboete' heeft op de loonkloof. De bevalboete is het inkomensverlies dat vrouwen ervaren na het krijgen van kinderen. Vrouwen verdienen na de geboorte van een kind minder en mannen juist meer, ook als er rekening wordt gehouden met deeltijdwerk.
Motie van het lid Moorman over het effect van de bevalboete in kaart brengen
De kamer,
constaterende dat wanneer mensen kinderen krijgen de loonkloof
toeneemt, omdat vrouwen minder en mannen meer gaan verdienen na
het krijgen van kinderen, ook gecorrigeerd voor deeltijdwerk;
constaterende dat de verlaging van het maximumdagloon nog niet van
tafel is en dat die deze vrouwen hard raakt in hun portemonnee;
verzoekt de regering in kaart te brengen wat het effect is van de zogeheten
«bevalboete» op de loonkloof tussen vrouwen en mannen.
Argumenten voor: De partij vindt dat de overheid haar beleid gezinsvriendelijk moet inrichten en dat niemand om financiële redenen moet afzien van de wens om kinderen te krijgen [1]. Zij pleiten voor een eerlijk belastingstelsel en willen dat ouders zelf kunnen kiezen hoe zij werk en zorg combineren [2]. Daarnaast vinden zij het niet goed dat ouders zich financieel gedwongen voelen om beiden fulltime te werken om het gezin te onderhouden [3]. Tot slot wil de partij een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe er gebruik wordt gemaakt van onder andere verlofregelingen en kinderopvang [4].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"Kinderen zijn de toekomst van ons land. De overheid moet het krijgen van kinderen toejuichen en haar beleid gezinsvriendelijk inrichten. Niemand zou om financiële redenen moeten afzien van de wens om kinderen te krijgen. Daarom verhoogt de ChristenUnie de kinderbijslag naar € 4500 per kind per jaar, maken we de kinderopvang en gastouderopvang (zo goed als) gratis en vereenvoudigen we de verlofregelingen zodat ouders er kunnen zijn voor hun kinderen als dat nodig is."
"Ouders moeten zelf kunnen kiezen hoe zij werk en zorg combineren. Daarvoor zijn een eerlijk belastingstelsel en kwalitatief goede en betaalbare kinderopvang (waaronder gastouderopvang) noodzakelijk. Door hervorming van de kinderopvangtoeslag, maken de het kinderopvangstelsel eenvoudiger en betaalbaar. De herziening van de kinderopvangtoeslag wordt doorgezet. Een winstoogmerk is, gezien de maatschappelijke functie van kinderopvang en financiering met veel gemeenschapsgeld, niet gepast. Alle kinderopvangorganisaties worden daarom non-profit. Dit betekent ook een einde van private equity partijen in de kinderopvang. Kinderopvang is meer dan een arbeidsmarktinstrument. Samen met voorschoolse educatie en peuteropvang vormt het een plek waar kinderen zich ontwikkelen. We onderzoeken de mogelijkheid om de arbeidseis in de kinderopvangtoeslag te vervangen door een maatschappelijke participatie-eis. Eenvoudigere financiering van alle vormen van voorschoolse opvang is nodig om segregatie te voorkomen."
"Kinderen zijn de toekomst. Als mensen door woon- en geldzorgen levenskeuzes zoals een kinderwens uit- of afstellen, is het aan de overheid om daar meer ruimte te creëren. Dat ouders zich financieel gedwongen voelen om beide fulltime te werken om het gezin te kunnen onderhouden, is niet goed. Ons uitgewerkte belastingstelsel (zie paragraaf 2.3 'Naar een nieuw, eenvoudig en eerlijk belastingstelsel') geeft financieel ruimte aan gezinnen. En ruimte is nodig, want kinderen opvoeden en jongeren begeleiden naar volwassenheid vraagt veel aandacht, liefde en zorg. Opgroeien in een liefdevolle omgeving met een fijne buurt en goede school geeft kinderen een stevige basis voor het leven."
"Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."