Betere markttoegang voor ontwikkelingslanden

De regering moet de Europese Commissie vragen hoe ontwikkelingslanden makkelijker aan EU-standaarden kunnen voldoen. Dit neemt handelsbelemmeringen weg. Handel en markttoegang helpen deze landen op de lange termijn beter dan ontwikkelingshulp. Dit gaat via het Algemeen Preferentieel Systeem (APS), een EU-regeling voor lagere invoerkosten.

Motie van de leden Hoogeveen en Bamenga over inventariseren welke maatregelen mogelijk zijn om ontwikkelingslanden in staat te stellen te voldoen aan EU-standaarden en zo non-tarifaire belemmeringen te verminderen

De kamer, constaterende dat ontwikkelingslanden via het Algemeen Preferentieel Systeem formeel toegang hebben tot de Europese markt met lagere heffingen en quota, maar in de praktijk vaak nog te maken hebben met non-tarifaire handelsbelemmeringen; overwegende dat handel, investeringen en markttoegang op de lange termijn effectiever bijdragen aan economische ontwikkeling dan voortdurende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp; overwegende dat met de inwerkingtreding van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem een logisch moment ontstaat om te bezien waar praktische knelpunten voor ontwikkelingslanden kunnen worden verminderd; verzoekt de regering de Europese Commissie op te roepen om en marge van de implementatie van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem te inventariseren welke laagdrempelige en op redelijke termijn uitvoerbare maatregelen mogelijk zijn om ontwikkelingslanden in staat te stellen te voldoen aan EU-standaarden en zo non-tarifaire belemmeringen te verminderen.
13 mei | JA21, D66 | Aangenomen: 91–58 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CDA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil een omslag maken van het overdragen van middelen en kennis (ontwikkelingshulp) naar een gezamenlijke inzet voor welvaart [5]. Daarnaast vindt de partij dat een functionerend internationaal handelssysteem het economische perspectief van het mondiale zuiden duurzaam versterkt [2]. Door als gelijkwaardige partner samen te werken en economisch perspectief te bieden in ontwikkelingslanden, wil de partij ook de oorzaken van migratie aanpakken en regionale stabiliteit bevorderen [1][4].

Argumenten tegen: De partij stelt dat voor iedereen die op de Europese en Nederlandse markt wil verkopen dezelfde standaarden gelden, en dat producten die hier niet geproduceerd mogen worden, ook niet verkocht mogen worden [3].

Bronnen:

  1. "We investeren in opkomende markten in ontwikkelingslanden. Door perspectief te bieden en als gelijke partners samen te werken, nemen we ook oorzaken voor migratie weg. Een aantrekkelijk Europees investeringspakket biedt een alternatief voor Chinese en Russische invloed in Afrika en Latijns-Amerika."
  2. "Wij zetten ons binnen de EU in voor handelsovereenkomsten, zoals het Mercosurverdrag, om de Europese en Nederlandse economische positie op de internationale markt te versterken. Wij bevorderen dat de Unie met haar economisch gewicht effectieve geopolitiek inzet. Handelsverdragen en een functionerend internationaal handelssysteem zijn juist ook voor het mondiale zuiden van belang, omdat het hun economische perspectief duurzaam versterkt."
  3. "Voor iedereen die op de Europese en Nederlandse markt wil verkopen, gelden dezelfde standaarden: wat je hier niet mag produceren mag je hier ook niet verkopen."
  4. "We willen als gelijkwaardige partners samenwerken met ontwikkelingslanden. Economisch perspectief helpt migratie tegen te gaan, is een steunpilaar tegen radicalisering en bevordert regionale ontwikkeling en stabiliteit. Conflicten, rampen en de gevolgen van klimaatverandering treffen de meest kwetsbaren in onze wereld het hardst. Stabiliteit en ontwikkeling hangen nauw samen met elkaar. Sinds 1990 is de armoede wereldwijd significant gedaald."
  5. "Investeringen in ontwikkelingssamenwerking en in vrede, veiligheid en recht versterken elkaar. Het bestrijden van armoede en bevorderen van welvaart en stabiliteit is ook een zaak van de betrokken landen. Dat betekent ook voor ons een omslag in denken: van een overdracht van middelen en kennis naar een gezamenlijke en wederkerige inzet voor onze gemeenschappelijke welvaart en gerechtigheid."