De regering moet de Europese Commissie vragen hoe ontwikkelingslanden makkelijker aan EU-standaarden kunnen voldoen. Dit neemt handelsbelemmeringen weg. Handel en markttoegang helpen deze landen op de lange termijn beter dan ontwikkelingshulp. Dit gaat via het Algemeen Preferentieel Systeem (APS), een EU-regeling voor lagere invoerkosten.
Motie van de leden Hoogeveen en Bamenga over inventariseren welke maatregelen mogelijk zijn om ontwikkelingslanden in staat te stellen te voldoen aan EU-standaarden en zo non-tarifaire belemmeringen te verminderen
De kamer,
constaterende dat ontwikkelingslanden via het Algemeen Preferentieel
Systeem formeel toegang hebben tot de Europese markt met lagere
heffingen en quota, maar in de praktijk vaak nog te maken hebben met
non-tarifaire handelsbelemmeringen;
overwegende dat handel, investeringen en markttoegang op de lange
termijn effectiever bijdragen aan economische ontwikkeling dan voortdurende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp;
overwegende dat met de inwerkingtreding van het nieuwe Algemeen
Preferentieel Systeem een logisch moment ontstaat om te bezien waar
praktische knelpunten voor ontwikkelingslanden kunnen worden
verminderd;
verzoekt de regering de Europese Commissie op te roepen om en marge
van de implementatie van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem te
inventariseren welke laagdrempelige en op redelijke termijn uitvoerbare
maatregelen mogelijk zijn om ontwikkelingslanden in staat te stellen te
voldoen aan EU-standaarden en zo non-tarifaire belemmeringen te
verminderen.
Argumenten voor: De partij streeft ernaar dat ontwikkelingssamenwerking zichzelf uiteindelijk overbodig maakt [3]. Daarnaast wil de partij landen in het Mondiale Zuiden helpen om producten zelf te bewerken zodat zij zelf toegevoegde waarde kunnen creëren in plaats van alleen grondstoffen te exporteren [1].
Argumenten tegen: De partij wil expliciet af van de 'hulp-door-handel-doctrine' [2], terwijl de motie juist stelt dat handel en markttoegang effectiever zijn dan ontwikkelingshulp. Bovendien gaat de bescherming van welzijn en de leefomgeving voor vrijhandel [5]. De partij houdt vast aan strikte milieu- en dierenwelzijnseisen voor geïmporteerde producten, waarbij zij zelfs heffingen aan de grens wil inzetten om lokale boeren te beschermen tegen oneerlijke concurrentie [6]. Tot slot pleit de partij voor regionalisering van productie en diensten om nieuwe vormen van afhankelijkheid te voorkomen [4].
Bronnen:
"Als ontwikkelingslanden hun markten (tijdelijk) afschermen voor importen vanuit Europese landen om zo hun eigen economie te versterken, volgen geen represaillemaatregelen. Nederland helpt landen in het Mondiale Zuiden om hun producten zelf te bewerken, zodat ze zelf toegevoegde waarde kunnen creëren in plaats van grondstoffen te exporteren."
"De Partij voor de Dieren wil af van de mislukte 'hulp-door-handel-doctrine' die de laatste jaren het"
"Al decennialang worden landen elders gebruikt als producent van grondstoffen (delfstoffen, soja voor veevoer, palmolie) waarbij de Europese en Amerikaanse bedrijven de winsten in hun zakken steken, ten koste van het milieu en de bevolking elders. Ons koloniale verleden en de slavernij hebben diepe sporen achtergelaten, waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag merkbaar zijn. Ontwikkelingssamenwerking begint dus bij het stoppen van het aanrichten van schade aan mensen, dieren en ecosystemen elders. Daarnaast investeren we in perspectief voor mensen in kwetsbare situaties en herstel van aangetaste gebieden op basis van medemenselijkheid, gelijkwaardigheid en mededogen. Het uiteindelijke doel is dat ontwikkelingssamenwerking zichzelf overbodig maakt."
"Uitgangspunt van zowel het handels- als het ontwikkelingsbeleid wordt een sterke regionalisering van productie en diensten. Het geld voor ontwikkelingssamenwerking komt de lokale bevolking, ecologie en dierenwelzijn ten goede en wordt ingezet op een duurzame manier: het voorkomen van reproductie van ongelijkheid en nieuwe vormen van afhankelijkheid."
"Bescherming van welzijn en onze leefomgeving gaat voor vrijhandel. De EU stopt met het uitbreiden van handhavingsmechanismen van de interne markt en gaat actie ondernemen om misbruik ervan door bedrijven onmogelijk te maken."
"Producten die in Nederland of de EU worden ingevoerd voldoen minimaal aan dezelfde milieuen dierenwelzijnseisen als producten die hier geproduceerd worden. Of er komen heffingen aan de grens om boeren te beschermen tegen oneerlijke concurrentie. Als dit in strijd is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), dan schrikt Nederland er niet voor terug om het tot een (proef)proces te laten komen."