Hulp bij internationale kindontvoering

De regering moet zorgen voor hulp aan ouders na internationale kindontvoering. Hiervoor moet een landelijke werkwijze komen. Deze hulp zorgt voor minder spanning en een veiligere terugkeer van de kinderen.

Motie van de leden Kröger en Mutluer over borgen dat hulpverlening wordt geboden na internationale kinderontvoering en hiervoor een landelijke werkwijze hanteren

De kamer, constaterende dat na internationale kindontvoering adequate hulp moet worden geboden aan de ouder; overwegende dat juist voortdurende hulpverlening kan bijdragen aan de-escalatie, schadebeperking en veilige terugkeer van kinderen; constaterende dat landelijke duidelijkheid hierover ontbreekt; verzoekt de regering te borgen dat hulpverlening wordt geboden na internationale kindontvoering en hiervoor een landelijke werkwijze te hanteren.
13 mei | GL-PvdA | Aangenomen: 149–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma D66

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar het versterken van gezinnen door het bieden van stabiliteit, begeleiding en vertrouwen [3]. Daarnaast wil de partij werken aan een beleid voor jeugd en gezinnen dat domeinen en bestuurslagen overstijgt [1]. Ook is de partij voor landelijke spelregels die de kwaliteit, transparantie en samenwerking van lokale hulpverlening verbeteren [2].

Argumenten tegen: Er is in het verkiezingsprogramma geen informatie te vinden die tegen de motie is.

Bronnen:

  1. "We werken aan beleid voor jeugd en gezinnen dat domeinen overstijgt, bij alle ministeries en bestuurslagen: van wonen tot onderwijs, van sociale zekerheid tot jeugdcriminaliteit."
  2. "Gemeenten krijgen de ruimte én de middelen om preventie lokaal te regelen, met landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren."
  3. "We versterken gezinnen, buurten en scholen, zodat zij hulp kunnen bieden voordat jeugdzorg nodig is. We kijken naar wat de omgeving van het kind nodig heeft en bieden stabiliteit, bestaanszekerheid, begeleiding, onderwijsondersteuning en vertrouwen. Pas daarna komt aanvullende zorg in beeld."