Hulp bij internationale kindontvoering

De regering moet zorgen voor hulp aan ouders na internationale kindontvoering. Hiervoor moet een landelijke werkwijze komen. Deze hulp zorgt voor minder spanning en een veiligere terugkeer van de kinderen.

Motie van de leden Kröger en Mutluer over borgen dat hulpverlening wordt geboden na internationale kinderontvoering en hiervoor een landelijke werkwijze hanteren

De kamer, constaterende dat na internationale kindontvoering adequate hulp moet worden geboden aan de ouder; overwegende dat juist voortdurende hulpverlening kan bijdragen aan de-escalatie, schadebeperking en veilige terugkeer van kinderen; constaterende dat landelijke duidelijkheid hierover ontbreekt; verzoekt de regering te borgen dat hulpverlening wordt geboden na internationale kindontvoering en hiervoor een landelijke werkwijze te hanteren.
13 mei | GL-PvdA | Aangenomen: 149–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat kinderen zoveel mogelijk bij hun biologische ouders moeten opgroeien en dat de overheid dit uitgangspunt actief moet beschermen [1]. Daarnaast vindt de partij dat de overheid verantwoordelijk is voor de beschikbaarheid van voldoende goede hulp en dat de inzet zoveel mogelijk gericht moet zijn op terugkeer naar het gezin [3]. De partij wil bovendien dat de Rijksoverheid gemeenten stimuleert om laagdrempelige ondersteuning aan te bieden voor het versterken en behouden van relaties [4]. Tot slot vindt de partij dat jeugdhulp zich meer moet richten op de context van de jeugdige, waaronder de relatieproblemen van ouders [2].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die gebruikt kan worden om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Het krijgen van kinderen is geen recht, maar een geschenk van God. Ieder kind verdient zoveel als mogelijk een veilige plek in het gezin bij zijn of haar biologische vader en moeder. Draagmoederschap mag nooit het belang van het kind ondergeschikt maken aan wensen van volwassenen. Het krijgen van kinderen mag nooit een commercieel project zijn. Het uitgangspunt van de SGP blijft: we laten kinderen zoveel mogelijk opgroeien bij hun eigen biologische ouders. De overheid dient dit uitgangspunt actief te beschermen."
  2. "Jeugdhulp gaat zich meer richten op de context van de jeugdige. Vaak houdt jeugdhulp verband met de gezinssituatie, zoals schulden, ggz- of relatieproblemen van ouders."
  3. "Het is een pijnlijke realiteit dat het ondersteunen van gezinnen en gemeenschappen en de inzet van vrijwillige jeugdhulp niet altijd toereikend is om kinderen een veilige situatie te bieden. De omstandigheden thuis kunnen zo bedreigend worden dat ingrijpen noodzakelijk is. Die situaties dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. Als toch ingegrepen moet worden, is de overheid verantwoordelijk voor deugdelijk toezicht op het kind en beschikbaarheid van voldoende goede hulp. De inzet is zoveel mogelijk gericht op terugkeer naar het gezin, tenzij duidelijk blijkt dat dit in strijd is met het belang van het kind."
  4. "De Rijksoverheid stimuleert en faciliteert gemeenten om laagdrempelige ondersteuning voor versterking en behoud van relaties aan te bieden."