Diplomatieke druk voor terugkeer van Insiya

De regering moet diplomatieke druk uitoefenen op India om Insiya terug te laten keren. Insiya is in 2016 met geweld ontvoerd en rechterlijke uitspraken worden genegeerd. Dit schendt de mensenrechten en de rechtsstaat. De zaak moet onderdeel worden van de strategische samenwerking tussen de Europese Unie en India.

Motie van het lid Bikkers c.s. over de zaak-Insiya en de bredere problematiek van Internationale kinderontvoering expliciet betrekken bij de verdere gesprekken over de strategische samenwerking tussen de EU en India

De kamer, constaterende dat Insiya in 2016 met geweld naar India is ontvoerd en nog altijd niet is teruggekeerd; constaterende dat de Nederlandse rechterlijke uitspraken en de uitspraken over contactherstel tot op heden niet tot uitvoering hebben geleid; overwegende dat de Europese Unie en India recent een vrijhandelsakkoord hebben gesloten en hun strategische samenwerking verder verdiepen; overwegende dat samenwerking tussen de EU en India mede is gebaseerd op respect voor rechtsstatelijkheid en mensenrechten; overwegende dat internationale kinderontvoering en het niet naleven van rechterlijke uitspraken raken aan deze fundamentele principes; verzoekt de regering om de zaak-Insiya en de bredere problematiek van internationale kinderontvoering expliciet te betrekken bij de verdere gesprekken over de strategische samenwerking tussen de EU en India en optimale diplomatieke inspanningen in te zetten om Insiya terug te laten keren.
13 mei | VVD, CDA, GL-PvdA, JA21 | Aangenomen: 143–6 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij stelt dat mensenrechten, gelijkwaardigheid en samenwerking de basis moeten vormen voor het Europees buitenlands beleid en dat het internationaal recht zowel binnen als buiten de EU beschermd moet worden [1].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte tekst geen informatie te vinden die redenen geeft om tegen deze motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Als Europese Unie (EU) moeten we sterker en duidelijker optreden. Er komt één Europees buitenlands beleid met een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Gelijkwaardigheid, mensenrechten en samenwerking zijn de basis voor dit beleid. We beschermen het internationaal recht, binnen én buiten de EU. Als mensenrechten worden geschonden, zoals in Gaza en Oekraïne, dan komt de EU in actie. Doet de EU dat niet, dan treedt Nederland zelf op. We overtuigen meer landen om het Internationaal Strafhof te erkennen. Zo kunnen oorlogsmisdadigers wereldwijd makkelijker worden vervolgd."