Spreiding van rijksbanen buiten de Randstad

De regering moet plannen maken om rijkswerkgelegenheid en zelfstandige bestuursorganen (zbo's: organisaties die onafhankelijk van een ministerie werken) beter over het land te spreiden. Het vestigen van deze diensten buiten de Randstad versterkt de economie en de voorzieningen in de regio's.

Motie van de leden Clemminck en Flach over meer passende doelstellingen rond de spreiding van rijkswerkgelegenheid

De kamer, constaterende dat de vestiging van rijksdiensten en zbo’s grote invloed heeft op werkgelegenheid, economische vitaliteit en voorzieningen in de regio’s; constaterende dat de Minister heeft aangegeven dat de sturingsmogelijkheden bij zbo’s kleiner zijn, maar dat hierover wel met collega’s wordt gesproken; overwegende dat spreiding van rijkswerkgelegenheid een concreet instrument is om regio’s te versterken en de overconcentratie in de Randstad tegen te gaan; verzoekt de regering een voorstel uit te werken voor meer passende doelstellingen rond de spreiding van rijkswerkgelegenheid en een voorstel uit te werken waarmee er meer op de locatiekeuze van zelfstandige bestuursorganen zou kunnen worden gestuurd, waarbij waar mogelijk actief wordt gestuurd op vestiging buiten de Randstad.
13 mei | JA21, SGP | Aangenomen: 150–0 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: tegen (onzeker, 60%)

Argumenten voor: De partij vindt dat regie en budget zo lokaal mogelijk moeten worden ingericht om de lokale democratie te versterken [3]. Daarnaast wil de partij dat de overheid zich richt op kerntaken zoals publieke voorzieningen [4], wat kan aansluiten bij het doel om de economische vitaliteit en voorzieningen in de regio's te verbeteren.

Argumenten tegen: De partij pleit voor een kleinere en doeltreffendere overheid [2] en vindt dat de nationale overheid zich minder op detailniveau met zaken moet bemoeien [1]. Het verzoek in de motie om actief te sturen op de locatiekeuze van zelfstandige bestuursorganen en het opstellen van specifieke doelstellingen voor spreiding kan worden gezien als een vorm van gedetailleerde overheidssturing die in strijd is met de gewenste overheidsefficiëntie en autonomie [2][1].

Bronnen:

  1. "Overheidsefficiëntie en Autonomie dient hier actief op toe te zien. Dit levert niet alleen meer betrokkenheid en zeggenschap van burgers op, maar zorgt er ook voor dat de nationale overheid zich minder op detailniveau met de levens van mensen bezig zal houden."
  2. "Onze plannen stellen alle Nederlanders in staat de schouders eronder te zetten op een manier die hen past. Daarvoor moet het vertrouwen tussen overheid en politiek hersteld worden: mensen moeten zelf zeggenschap krijgen, in plaats van een steeds verder uitdijende, ineffi -ciënte overheid die bepaalt wat goed voor hen is. Daarom pleit JA21 voor een Minister voor Overheidsefficiëntie en Autonomie. Dit is geen extra bestuurslaag, maar een instrument om de overheid kleiner en doeltreffender te maken."
  3. "Volle aandacht verdient ook de wijze waarop de jeugdzorg functioneert. De beoogde transformatie van de jeugdzorg stagneert door een aantal knelpunten zoals het ontbreken van deskundigheid bij gemeenten, gebrek aan samenwer -king, geldtekort, administratieve rompslomp en aanbie -ders van zorg die in zwaar weer verkeren. Wat JA21 betreft wordt de samenwerking in de jeugdzorgregio's steviger aangezet en dienen de regie en dus het budget zo lokaal mogelijk te worden ingericht. Op die manier kan de lokale democratie scherper toezien op een kwalitatief goede uitvoering van de jeugdzorg."
  4. "Een overheid die zich richt op de kerntaken van veiligheid, publieke voorzieningen, woningbouw en infrastructuur."