Wettelijk minimum voor reiskostenvergoeding

De regering moet een wettelijk minimumbedrag voor de reiskostenvergoeding invoeren van 0,25 euro per kilometer. Veel werknemers, zoals schoonmakers en verpleegkundigen, betalen nu jaarlijks honderden euro's uit eigen zak om op hun werk te komen omdat hun werkgever te weinig vergoedt.

Motie van het lid Patijn over wetgeving voor een minimumreiskostenvergoeding van €0,25 per kilometer

De kamer, overwegende dat werknemers niet gedwongen zouden moeten worden om een deel van hun loon in te leveren om op het werk te komen, maar dat hier wel sprake van is bij veel werknemers, waaronder schoonmakers, verpleegkundigen en badmeesters die door een te lage reiskostenvergoeding jaarlijks tot meer dan € 1.000 moeten toeleggen om op hun werk te komen; constaterende dat het kabinet de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogt naar € 0,25 per kilometer, maar dat de vergoeding in sommige sectoren nog fors achterloopt en veel werkgevers al hebben aangegeven de reiskostenvergoeding niet te verhogen; verzoekt de regering om zo snel mogelijk met wetgeving te komen voor een wettelijke minimumreiskostenvergoeding van € 0,25 per kilometer voor alle werknemers; verzoekt de regering om daarbij te regelen dat duurzaam vervoer wordt gestimuleerd en dat rekening wordt gehouden met werkgevers die vervoer al wel adequaat geregeld hebben, in ieder geval door uitzonderingen te maken voor de eerste vijf kilometer, voor het geval dat werkgevers het volledige openbare vervoer vergoeden en reizen met openbaar vervoer naar het werk mogelijk is en voor situaties dat werkgevers op een andere manier het vervoer naar huis regelen, zoals bij leaseauto’s; verzoekt de regering dekking te vinden door het verlagen van de aftoppingsgrens van pensioenen.
18 mei | GL-PvdA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma BBB

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij wil de bestaanszekerheid versterken en ervoor zorgen dat werken echt loont [5]. Aangezien de auto onmisbaar is, vooral in landelijke gebieden [4], kan een minimumvergoeding bijdragen aan het doel dat werknemers niet financieel achteruitgaan door hun werkbezoek. Daarnaast streeft de partij naar een eerlijk pensioenstelsel [2], wat mogelijk aansluit bij de voorgestelde dekking via de pensioenaftoppingsgrens.

Argumenten tegen: De partij is tegen dure maatregelen en beperkende regels waardoor kleine ondernemers de dupe worden van hoge kosten [1]. Het wettelijk verplichten van een minimumreiskostenvergoeding legt een extra financiële last bij de werkgever. De partij wil juist de druk op het midden- en kleinbedrijf verminderen om de arbeidsmarkt dynamischer te maken [3].

Bronnen:

  1. "Geen overhaaste en dure maatregelen. BBB is tegen overhaaste en dure maatregelen die de automobilist zwaar belasten zonder duidelijk positief effect op de mobiliteit. We willen realistische en betaalbare oplossingen, waarbij ook kleine ondernemers en gezinnen niet de dupe worden van hoge kosten of beperkende regels."
  2. "Een eerlijk pensioenstelsel"
  3. "Eerlijker ziekteregime voor werkgevers: loondoorbetaling terug naar één jaar. BBB wil de verplichting voor kleinere werkgevers om bij ziekte twee jaar lang loon door te betalen terugbrengen naar één jaar. Nederland is het enige land in Europa waar werkgevers twee jaar verantwoordelijk zijn voor zieke werknemers. Dit leidt tot terughoudendheid bij het aannemen van vast personeel, verhoogt de regeldruk en zet vooral het midden- en kleinbedrijf onder druk. Door de loondoorbetalingstermijn terug te brengen naar één jaar voor kleinere werkgevers, maken we het arbeidsmarktbeleid eerlijker en stimuleren we vaste contracten. In het tweede ziektejaar komt er een publieke voorziening voor inkomensbescherming, met ruimte voor re-integratie. Zo blijft de werknemer niet in de kou staan, maar nemen we werkgevers wél een onredelijk risico uit handen. Deze hervorming draagt bij aan een dynamischer arbeidsmarkt, minder ziekteverzuimstress en meer vaste banen."
  4. "De regionale ontsluiting moet worden versterkt door te blijven investeren in spoor- en wegverbindingen. De auto blijft onmisbaar, vooral in landelijke gebieden. Openbaar vervoer moet beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn, ook buiten de Randstad. Kleinschalige OV-oplossingen zijn belangrijk in dunbevolkte gebieden."
  5. "BBB wil bestaanszekerheid versterken, door ervoor te zorgen dat werken loont, meedoen loont en niemand achterblijft. Bestaanszekerheid is wat BBB betreft in principe de mogelijkheid om met een volledige baan in je eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. BBB wil de mogelijkheden om dat te bereiken vergroten door ervoor te zorgen dat werken echt weer gaat lonen. We waarderen echter álle vormen van arbeid, zorgen voor een eerlijk loon, een robuust sociaal vangnet en een goed pensioen. We investeren in een flexibele en toekomstbestendige arbeidsmarkt die kansen biedt aan iedereen. We zorgen voor mensen die echt niet kunnen werken."