De regering moet een wettelijk minimumbedrag voor de reiskostenvergoeding invoeren van 0,25 euro per kilometer. Veel werknemers, zoals schoonmakers en verpleegkundigen, betalen nu jaarlijks honderden euro's uit eigen zak om op hun werk te komen omdat hun werkgever te weinig vergoedt.
Motie van het lid Patijn over wetgeving voor een minimumreiskostenvergoeding van €0,25 per kilometer
De kamer,
overwegende dat werknemers niet gedwongen zouden moeten worden
om een deel van hun loon in te leveren om op het werk te komen, maar
dat hier wel sprake van is bij veel werknemers, waaronder schoonmakers,
verpleegkundigen en badmeesters die door een te lage reiskostenvergoeding jaarlijks tot meer dan € 1.000 moeten toeleggen om op hun werk
te komen;
constaterende dat het kabinet de onbelaste reiskostenvergoeding
verhoogt naar € 0,25 per kilometer, maar dat de vergoeding in sommige
sectoren nog fors achterloopt en veel werkgevers al hebben aangegeven
de reiskostenvergoeding niet te verhogen;
verzoekt de regering om zo snel mogelijk met wetgeving te komen voor
een wettelijke minimumreiskostenvergoeding van € 0,25 per kilometer
voor alle werknemers;
verzoekt de regering om daarbij te regelen dat duurzaam vervoer wordt
gestimuleerd en dat rekening wordt gehouden met werkgevers die
vervoer al wel adequaat geregeld hebben, in ieder geval door uitzonderingen te maken voor de eerste vijf kilometer, voor het geval dat
werkgevers het volledige openbare vervoer vergoeden en reizen met
openbaar vervoer naar het werk mogelijk is en voor situaties dat
werkgevers op een andere manier het vervoer naar huis regelen, zoals bij
leaseauto’s;
verzoekt de regering dekking te vinden door het verlagen van de
aftoppingsgrens van pensioenen.
Argumenten voor: De partij streeft naar een eerlijk loon voor iedere werknemer [4] en wil het minimumloon verhogen [5]. Specifiek voor de zorg en andere publieke sectoren, waarbij de motie verpleegkundigen noemt, wil de partij de lonen fors verhogen omdat essentieel werk waardering verdient [6]. Daarnaast sluit de wens in de motie om duurzaam vervoer te stimuleren aan bij de partijplannen om fiscale stimulering van het fietsen te behouden [1] en het openbaar vervoer financieel aantrekkelijker en voor lage inkomens zelfs gratis te maken [2].
Argumenten tegen: De partij wil woon-werkverkeer met de auto terugdringen en stimuleert in plaats daarvan flex- en thuiswerken [3]. Een wettelijke minimumreiskostenvergoeding per kilometer zou het gebruik van de auto kunnen stimuleren, wat in strijd is met dit doel.
Bronnen:
"Fiscale stimulering van fietsen blijft behouden."
"Het openbaar vervoer wordt minimaal 50% goedkoper, zodat het ov financieel aantrekkelijker wordt dan de auto. Voor mensen met een inkomen tot 150% van het sociaal minimum wordt het openbaar vervoer gratis."
"Woon-werkverkeer met de auto wordt teruggedrongen, flex- en thuiswerken wordt gestimuleerd."
"We schaffen het minimumjeugdloon af. Iedereen hoort een eerlijk loon te krijgen."
"Het minimumloon gaat omhoog naar 18 euro per uur. Het beweegt voortaan automatisch mee met de mediane lonen, met als ondergrens 60% van het mediane inkomen. Uitkeringen zoals de AOW, WIA, Wajong en bijstand stijgen mee."
"De lonen in de zorg, het onderwijs en andere publieke sectoren worden fors verhoogd. Essentieel werk verdient waardering en een eerlijk salaris."