De regering moet garanderen dat groene boa's (handhavers in natuur en milieu) hun werk kunnen blijven doen. De huidige uitleg van de Wet op de economische delicten kan handhaving bij zaken als afvaldumping en dierenwelzijn onnodig beperken. Werkgevers en boa's hebben hierover duidelijkheid nodig.
Motie van de leden Mutluer en Straatman over borgen dat de toepassing van artikel 17 van de Wet op de economische delicten voor groene boa's de bestaande uitvoerbare handhavingspraktijk niet onnodig beperkt
De kamer,
constaterende dat boa’s voor toepassing van artikel 17 van de Wet op de
economische delicten naast hun opsporingsbevoegdheid afhankelijk
zouden zijn van aanvullende aanwijzingen door het bevoegd gezag;
overwegende dat deze interpretatie gevolgen kan hebben voor de huidige
handhavingspraktijk van groene boa’s, onder meer bij handhaving op
afvaldumpingen, visserij, dierenwelzijn, vuurwerk, meststoffen et cetera;
verzoekt de regering te borgen dat de toepassing van artikel 17 van de
Wet op de economische delicten voor groene boa’s de bestaande
uitvoerbare handhavingspraktijk niet onnodig beperkt en hierover
duidelijkheid te geven aan werkgevers en boa’s.
Argumenten voor: De partij hecht veel waarde aan effectieve handhaving op diverse gebieden waar groene boa's actief zijn. Zo stelt de partij dat de overheid normen moet stellen en handhaven om het leefmilieu en de volksgezondheid te garanderen, en dat instanties beter toegerust moeten worden om handhavend op te treden tegen schadelijke uitstoot [1]. Daarnaast benadrukt de partij dat eisen aan dierenwelzijn gehandhaafd moeten worden [2] en dat internationale afspraken over overbevissing en bijvangst verscherpt en gehandhaafd moeten worden [4]. Bovendien pleit de partij voor rechtszekerheid voor boeren en vissers [3][4], wat aansluit bij de wens uit de motie om duidelijkheid te geven aan boa's en hun werkgevers.
Argumenten tegen: Er is weinig informatie in het programma die direct tegen deze motie pleit, maar de partij uit wel kritiek op overregulering die leidt tot administratieve lasten die niet bijdragen aan een redelijk doel [5].
Bronnen:
"De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
"Mensen hebben de verantwoordelijkheid en de plicht om op een goede manier met dieren om te gaan. Voor de dierhouderij betekent dit dat er eisen worden gesteld (en gehandhaafd) aan dierenwelzijn met betrekking tot het kunnen vertonen van natuurlijk gedrag. Boeren worden bij dit traject naar het voldoen aan de (wettelijke) verplichting, geholpen met voorlichting en met financiële prikkels. Er is ook aandacht voor weidegang, het voorkomen van stalbranden, het terugdringen van het gebruik van antibiotica, regels rond transport van dieren en het naleven van de regels in slachthuizen. Voor consumenten moet de registratie van huisdieren verbeterd worden, malafide handel op online platforms worden aangepakt en dierenleed worden bestreden."
"Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
"Vissers staan voor forse uitdagingen. De eeuwenoude visserijtraditie verdient een eerlijke doorstart, met een goed verdienmodel, rechtszekerheid en in goede samenhang met de natuur. Nederland staat in Europa en tegenover het Verenigd Koninkrijk op voor de belangen van deze sector. Daarom geven we niet op als het gaat over pulskorvisserij, waarbij vis veel duurzamer wordt gevangen dan met de boomkor. De aanlandplicht moet flexibeler worden om daadwerkelijk bij te dragen aan een gezonde zee. Vissers worden actief betrokken bij de ontplooiing van activiteiten op zee, zoals windmolenparken. Medegebruik van deze ruimte door vissers wordt mogelijk gemaakt. Bestaande visserijgebieden worden niet gesloten. Via gerichte nieuwbouwen ombouwsubsidies wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendige CO2-neutrale vloot. We staan voor goed rentmeesterschap ter zee, daarom verscherpen we en handhaven we internationale afspraken over overbevissing, omgang met bijvangst en 'spookvistuig' (het verliezen van netten en lijnen). Onderzoek naar het werkelijke effect van moderne visserij op vissoorten en zeeen bodemleven wordt versterkt."
"Dat een vitale en duurzame economie mogelijk is, laten veel bedrijven al zien. Ze dragen door slimme innovaties bij aan de waardecreatie van de toekomst. Als goede werkgevers dragen ze zorg voor hun personeel en maken verantwoorde keuzes als het gaat om duurzaamheid en milieu. Natuurlijk is normering vanuit de overheid hierbij nodig, bijvoorbeeld om achterblijvers te prikkelen om ook die goede keuzes te maken. Dit leidt soms echter tot overregulering, waarbij van bedrijven wordt gevraagd om kolossale administratiesystemen bij te houden die niet of zeer beperkt bijdragen aan een redelijk doel. Ondernemers die alle ritten van hun personeel bijhouden en rapporteren. Kleine bedrijven die met moeite voldoen aan de gedetailleerde CSRDuitvragen van bedrijven verderop in de keten. Of financiële instellingen die rapporteren over talloze indicatoren, zonder dat dit hun portefeuille daadwerkelijk duurzamer maakt."