Minder afhankelijk zijn van voedselgrondstoffen

De regering moet voedselgrondstoffen meenemen in het plan om minder afhankelijk te worden van andere landen. De EU is voor 70% tot 100% afhankelijk van een paar leveranciers, zoals China, voor belangrijke ingrediënten voor veevoer en kunstmest.

Motie van de leden Lohman en Verkuijlen over voedselgrondstoffen expliciet meenemen in het beleid rond het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden

De kamer, constaterende dat het regeerakkoord inzet op diversificatie van toeleveranciers van kritieke grondstoffen en voedselzekerheid als essentiële waarde benoemt in het landbouwbeleid; constaterende dat de afsluiting van de Straat van Hormuz de kwetsbaarheid van toeleveringsketens voor de voedselproductie heeft blootgelegd; overwegende dat de EU voor cruciale inputs voor de voedselproductie, waaronder eiwitrijke veevoeders, essentiële aminozuren, vitamines en meststofgrondstoffen, voor 70% tot 100% afhankelijk is van een beperkt aantal leveranciers, waaronder China; verzoekt de regering voedselgrondstoffen expliciet mee te nemen in het beleid rond het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden, en de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief over de Critical Raw Materials Act.
21 mei | CDA, VVD | Aangenomen: 147–3 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij streeft naar strategische autonomie en wil minder afhankelijk zijn van landen als China voor grondstoffen [1][5]. Ze pleiten voor diverse toeleveringsketens voor cruciale goederen [2] en het waarborgen van de aanvoer en beschikbaarheid van kritieke grondstoffen om de economische weerbaarheid te vergroten [3][6].

Argumenten tegen: De partij wil een transitie van industriële naar duurzame landbouw [4]. Hierbij streven ze naar een systeem waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd en waarbij het gebruik van kunstmest tot een minimum wordt beperkt [4].

Bronnen:

  1. "Strategische autonomie. Om onze welvaart te behouden, moeten we als Europa minder afhankelijk worden van landen als China voor onze grondstoffen. Nederland zet zich in Europa in voor een grondstoffenstrategie en bekijkt hoe we edelmetalen op een duurzame manier zelf kunnen delven."
  2. "Meer strategische autonomie. De EU is voor te veel goederen te afhankelijk van externe partners. Daarom zorgen we voor meer diverse toeleveringsketens, gaan we efficiënter om met energie en grondstoffen en produceren we meer cruciale goederen zelf. We delven en verwerken grondstoffen in Europa met respect voor mensenrechten en bescherming van natuur en biodiversiteit. We investeren daarnaast in onze concurrentiepositie en onafhankelijkheid via technologie en onderzoek."
  3. "Economische weerbaarheid. Wereldwijd neemt de economische oorlogsvoering toe. Nederland en Europa moeten zich daarom actiever inzetten om de aanvoer en beschikbaarheid van kritieke grondstoffen te waarborgen. Dat doen we samen met het bedrijfsleven en door wederzijds voordelige, gelijkwaardige relaties aan te gaan met toeleverende landen."
  4. "Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."
  5. "China. We kiezen voor een realistisch en krachtig Europees Chinabeleid. Handel en samenwerking blijven nodig, vooral voor grondstoffen en goederen voor de energietransitie. Maar Europa moet strategische afhankelijkheden afbouwen, zich wapenen tegen economische chantage en ongewenste invloed weren. We maken met onze bondgenoten duidelijk dat mensenrechtenschendingen consequenties hebben, zoals onderdrukking van de Oeigoeren en Tibetanen, steun aan Rusland of agressie tegen Taiwan."
  6. "Eerlijke handel. Handel draagt bij aan brede welvaart en welzijn, hier en nu. We zorgen dat we belangrijke producten en grondstoffen uit meerdere landen kunnen halen, zodat we niet afhankelijk zijn van één leverancier of land. Dat is ook geopolitiek voor ons land van groot belang. We staan voor handelsverdragen waarin Europa niet alleen haalt, maar ook brengt door partnerlanden meer in staat te stellen zelf hun grondstoffen te verwerken tot eindproducten en deze te kopen. Het voorstel voor een verdrag tussen de EU en de Mercosur-landen voldoet op dit moment niet aan de voorwaarden. De winning van grondstoffen voor onze klimaattransitie mag niet bijdragen aan conflicten, milieuschade en uitbuiting elders. We stellen landen waarmee Nederland een bilateraal investeringsverdrag heeft voor dat verdrag te beëindigen, om een eind te maken aan ISDS-claims van bedrijven op basis van die verdragen. WTO-regels hervormen we zodat ze duurzame en gelijkwaardige handel bevorderen."