De regering moet voedselgrondstoffen meenemen in het plan om minder afhankelijk te worden van andere landen. De EU is voor 70% tot 100% afhankelijk van een paar leveranciers, zoals China, voor belangrijke ingrediënten voor veevoer en kunstmest.
Motie van de leden Lohman en Verkuijlen over voedselgrondstoffen expliciet meenemen in het beleid rond het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden
De kamer,
constaterende dat het regeerakkoord inzet op diversificatie van toeleveranciers van kritieke grondstoffen en voedselzekerheid als essentiële
waarde benoemt in het landbouwbeleid;
constaterende dat de afsluiting van de Straat van Hormuz de kwetsbaarheid van toeleveringsketens voor de voedselproductie heeft
blootgelegd;
overwegende dat de EU voor cruciale inputs voor de voedselproductie,
waaronder eiwitrijke veevoeders, essentiële aminozuren, vitamines en
meststofgrondstoffen, voor 70% tot 100% afhankelijk is van een beperkt
aantal leveranciers, waaronder China;
verzoekt de regering voedselgrondstoffen expliciet mee te nemen in het
beleid rond het afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden,
en de Kamer hierover te informeren in de aangekondigde brief over de
Critical Raw Materials Act.
Argumenten voor: De partij beschouwt voedselzekerheid als een basisbehoefte [3] en een mensenrecht [5]. Om dit te waarborgen, pleit de partij voor een integraal voedselbeleid [1] en publieke monitoring van de voedselzekerheid [4]. Daarnaast wil de partij strenge eisen stellen aan de import van grondstoffen [2] en stoppen met de import van producten die schadelijk zijn voor de leefomgeving of mensenrechten [7]. Het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden voor voedselgrondstoffen sluit aan bij de wens om de basis voor een landbouw te leggen waarin voedselzekerheid centraal staat [6].
Argumenten tegen: De partij streeft naar een fundamentele transitie naar biologisch en plantaardig voedsel [3][1] en wil het huidige landbouwmodel "op de schop" [3]. De motie noemt specifiek het veiligstellen van inputs zoals eiwitrijke veevoeders, wat kan worden opgevat als het ondersteunen van het huidige dierlijke landbouwsysteem waar de partij juist afstand van wil nemen.
Bronnen:
"Er komt integraal voedselbeleid, waarin het recht op gezond, biologisch en plantaardig voedsel en de positie van duurzame, biologische en diervriendelijke boeren centraal staan. Een nieuw ministerie van Voedsel en Landbouw wordt hier verantwoordelijk voor."
"De Partij voor de Dieren wil dat Nederland en de rest van Europa strenge eisen stellen aan de import van grondstoffen waarvan de winning of productieschade kan toebrengen aan mensen, dieren, milieu of de natuur."
"Gezond en betaalbaar voedsel is een basisbehoefte. Samen eten verbindt, bij de maaltijd leren we elkaar beter kennen. Gezond voedsel is allesbepalend voor ons lichamelijk en geestelijk welzijn. Maar de huidige manier van voedsel produceren en consumeren draagt sterk bij aan de ecologische, sociale en gezondheidscrises van deze tijd. Dat vraagt om fundamentele keuzes. Ons huidige landbouwmodel moet zo snel mogelijk op de schop. Een transitie naar biologisch plantaardig voedsel biedt enorme kansen op alle fronten. Alles wat leeft heeft daar baat bij, ook de boeren. En het kan. Er zijn inmiddels veel initiatieven om anders te boeren: een landbouw die samenwerkt mét de natuur en niet tégen de natuur. Een gifvrije landbouw. De gezondheid van mensen, dieren en natuur gaat vóór de economische belangen van de landbouwsector."
"Er komt een publieke monitoring van voedselzekerheid en jaarlijkse rapportage over toegang tot gezond voedsel in alle gemeenten."
"Gezond, duurzaam en betaalbaar voedsel is geen luxe, maar een mensenrecht. In een welvarend land als Nederland mag niemand hongerlijden of afhankelijk zijn van ongezonde, goedkope voeding. Toch groeit het aantal mensen dat moeite heeft om dagelijks een voedzame maaltijd op tafel te zetten. Voedselzekerheid staat onder druk door stijgende prijzen, eenzijdig aanbod en een landbouwsysteem dat vooral de belangen van grote agrobedrijven dient. Bovendien kost ongezond voedsel de maatschappij veel geld. Ongezonde voeding draagt naar schatting met ruim 8 procent bij aan de ziektelast in Nederland. Jaarlijks overlijden er 12.900 mensen door en zorgt het voor 6 miljard euro aan zorguitgaven. De Partij voor de Dieren kiest radicaal voor voedsel als basisvoorziening: net zo vanzelfsprekend als schoon drinkwater, onderwijs of de bibliotheek."
"In landen als Brazilië en Polen zijn basisvoorzieningen voor voedsel al succesvol ingebed in het beleid. Nederland kan en moet die stap ook zetten. Door voedsel als basisvoorziening te erkennen, garanderen we niet alleen toegang tot gezond eten, maar leggen we ook de basis voor een landbouw die natuur, klimaat, dierenwelzijn en boerenbelang verbindt. Zo bouwen we aan een samenleving waarin voedselzekerheid, biodiversiteit en sociale cohesie hand in hand gaan."
"We stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten en dierenwelzijn."