De regering moet de extra kosten voor netneutrale woningbouw in kaart brengen en bekijken wie deze betaalt. Netneutrale woningbouw is bouw die geen extra druk legt op het stroomnet. Dit is nodig omdat een vol stroomnet (netcongestie) woningbouw nu blokkeert. Deze kosten mogen niet worden doorberekend aan woningzoekenden, gemeenten of lokale belastingbetalers.
Motie van de leden Van den Berg en Grinwis over uitvoerings- en dekkingsopties voor de meerkosten van netneutrale woningbouw
De kamer,
constaterende dat netcongestie woningbouw in diverse regio’s belemmert
en ontwikkelaars kan doen uitwijken naar locaties waar wel netcapaciteit
beschikbaar is;
constaterende dat netneutrale wijken kunnen helpen om woningbouw in
congestiegebieden toch door te laten gaan;
overwegende dat de meerkosten hiervan niet mogen worden afgewenteld
op woningzoekenden, gemeenten of lokale belastingbetalers;
verzoekt de regering om samen met decentrale overheden, netbeheerders
en marktpartijen de meerkosten van netneutrale woningbouw in beeld te
brengen, vast te stellen wie deze redelijkerwijs moet dragen en welke
bijdrage van het Rijk nodig is;
verzoekt de regering de Kamer voor Prinsjesdag 2026 verschillende
uitvoerings- en dekkingsopties voor te leggen, zodat de Kamer hierover
kan besluiten bij de behandeling van de rijksbegroting 2027.
Argumenten voor: De partij wil regelingen voor het opwekken, opslaan en verdelen van energie op wijkniveau, zoals door middel van buurtbatterijen of gezamenlijke systemen, zodat wijken samen energie kunnen delen [1]. Dit sluit aan bij het concept van netneutrale wijken. Daarnaast zet de partij in op een efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld door het voorkomen van pieken [2]. Ook het standpunt in de motie dat meerkosten niet bij woningzoekenden of gemeenten moeten liggen, past bij de visie van de partij dat verduurzaming rechtvaardig moet verlopen om energiearmoede te voorkomen [3] en dat gemeenten financieel in staat gesteld moeten worden om hun verantwoordelijkheden te nemen [4].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte tekst geen argumenten te vinden die de motie tegenspreken.
Bronnen:
"Er komen (fiscaal) goede regelingen voor het opwekken, opslaan en verdelen van energie op wijkniveau. Bijvoorbeeld door buurtbatterijen, buurtwarmtepompen of gezamelijke warmtekoude systemen. Hierdoor kunnen hele wijken samen energie opwekken en delen."
"We verzwaren (inter)nationale, regionale en lokale elektriciteitsnetten. Waar mogelijk, en passend vanuit natuur en milieu-perspectief, komen netwerken ondergronds te liggen. Daarnaast zetten we in op efficiënt gebruik van het net, door pieken te voorkomen en het elektriciteitsnet zo veel mogelijk dag en nacht te gebruiken."
"De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
"De huisvesting van statushouders en vluchtelingen vindt zorgvuldig plaats: we zorgen voor evenredige en rechtvaardige verdeling over gemeenten, waar het kan op wijkniveau. Dat betekent dat ook rijkere gemeenten hun eerlijke aandeel leveren. Daarnaast zetten we in op kleinschalige mengvormen waarbij bijvoorbeeld studenten en nieuwkomers een wooncomplex delen, en projecten waarbij vluchtelingen met een bepaalde beroepsachtergrond worden gekoppeld aan potentiële lokale werkgevers. Hier zorgen we voor voldoende begeleiding, zodat dit leidt tot betere integratie en wederzijds begrip in de wijk. Gemeenten moeten (financieel) in staat gesteld worden hier zo veel mogelijk het voortouw in te nemen."