Onderscheid tussen Nederlanders en vreemdelingen

De regering moet de interpretatieve verklaring (de officiële uitleg van een verdrag) over het begrip 'Nederlanderschap' aanpassen. Nu worden geïntegreerde vreemdelingen namelijk gelijkgesteld aan mensen met de Nederlandse nationaliteit. Dit is niet toegestaan. De aanpassing zorgt voor een duidelijk onderscheid tussen Nederlanders en vreemdelingen.

Motie van het lid Faber over vreemdelingen niet gelijkstellen met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten

De kamer, constaterende dat Nederland een interpretatieve verklaring heeft afgelegd waarin het het begrip «Nederlanderschap» in de zin van artikel 4 van het verdrag uitlegt; constaterende dat Nederland hier onderscheid maakt in twee categorieën: personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten en vreemdelingen die in de Nederlandse samenleving zijn geïntegreerd; overwegende dat vreemdelingen voor het begrip «Nederlanderschap» gelijk worden gesteld met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten en dit absoluut ontoelaatbaar is; verzoekt de regering de interpretatieve verklaring aan te passen zodat vreemdelingen niet langer gelijk worden gesteld met personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten.
28 mei | PVV |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat het recht op bescherming niet automatisch na een aantal jaar leidt tot het recht op Nederlanderschap [2]. Daarnaast wordt benadrukt dat wie burger wil zijn van het land, hier actief aan moet bijdragen [3], wat duidt op een onderscheid tussen het verblijf/de integratie en het bezit van de Nederlandse nationaliteit. De partij benadrukt dat integratie en het naleven van waarden en de taal essentieel zijn voor deelname aan de samenleving [1][3], maar koppelt dit niet direct aan een automatische gelijkstelling met het Nederlanderschap.

Argumenten tegen: De partij stelt dat iedereen die mee wil doen in de samenleving erbij hoort [3] en dat nieuwkomers een morele plicht hebben tot inburgering [1]. Dit kan worden geïnterpreteerd als een streven naar een vorm van gelijkwaardigheid in maatschappelijke participatie voor wie zich aanpast aan de Nederlandse waarden en taal [3].

Bronnen:

  1. "om nieuwkomers open en gastvrij ontvangen, en zich niet af te sluiten. Tegelijk rust er op de nieuwkomers een morele plicht om in te burgeren. Dit geldt voor inburgeringsplichtigen, maar ook voor iedereen die Nederland als (tijdelijk) thuis kiest. Integratie draait niet alleen om economische bijdrage, maar vooral om het aanvaarden van de Nederlandse samenleving, inclusief onze taal, grondwettelijke bepalingen (o.a. vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, respect voor minderheden), geschiedenis, en christelijke wortels van ons land. Het beheersen van de Nederlandse taal, ook door arbeidsmigranten, is daarbij essentieel."
  2. "We verwachten van alle Nederlanders een actieve bijdrage aan de maatschappij. Het spreken van het Nederlands en het onderschrijven van de waarden zoals vastgelegd in de grondwet is daarvoor randvoorwaarde. Daar schort het nog weleens aan. Daarom kijken we kritisch naar de bestaande eisen en scherpen we deze waar nodig aan. Het recht op bescherming leidt niet automatisch na een aantal jaar tot het recht op Nederlanderschap. Daarbij zijn we mild voor hen die wel willen, maar niet kunnen."
  3. "Statushouders en arbeidsmigranten zijn onderdeel van de samenleving. Voor succesvolle integratie is beheersing van de Nederlandse taal en het onderschrijven van de participatieverklaring essentieel. Integratie vraagt van mensen dat ze niet alleen fysiek, maar ook mentaal verhuizen. Niet alleen onze taal leren, maar ook onze waarden leren kennen en respecteren. Taal- en inburgeringstrajecten worden gecombineerd met een betaalde baan of vrijwilligerswerk en kunnen zo snel mogelijk starten na aankomst in Nederland (bijvoorbeeld via de Meedoenbalies op COA locaties). Dit zorgt voor een nuttige daginvulling, versnelt de integratie en zorgt voor binding met de lokale gemeenschap. Iedereen die mee wil doen, hoort erbij. De stelling laat zich echter ook omkeren: wie erbij wil horen, moet meedoen. Wie de keuze maakt om in Nederland te wonen en te blijven, wie burger wil zijn van dit land, draagt zijn of haar steentje bij om aan dit land te bouwen. De overheid schept hiervoor de juiste randvoorwaarden: door gemakkelijke en begeleide toetreding tot de arbeidsmarkt, onderwijs of taallessen). Zo kunnen nieuwkomers actief bijdragen aan de samenleving waarvan zij deel worden. Dit is ook in het voordeel van de migrant: participatie is de voornaamste manier van integratie."