De regering moet de Kamer elk jaar informeren over hoe goed het uitleveringsverdrag met Marokko werkt. Dit verdrag moet namelijk echt helpen om de criminaliteit te bestrijden.
Motie van het lid Mohandis over jaarlijks informeren over de effectiviteit van het uitleveringsverdrag tussen Marokko en Nederland
De kamer,
overwegende dat het uitleveringsverdrag tussen Marokko en Nederland
de justitiële samenwerking tussen beide landen moet verbeteren;
van mening dat het verdrag daadwerkelijk moet bijdragen aan de
bestrijding van de criminaliteit;
verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over de effectiviteit
van het verdrag, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin, dus middels
een breed beeld.
Argumenten voor: De partij wil dat de Tweede Kamer tijdig en volledig wordt geïnformeerd over belangrijke processen [1] en wil dat de Kamer meer betrokken wordt bij het maken van beleid [2]. Daarnaast vindt de partij dat toezicht centraal moet staan [3]. Het verzoek om jaarlijks informatie te ontvangen over de effectiviteit van een verdrag sluit aan bij de wens van de partij om de Kamer te voorzien van de nodige informatie om deze rol van betrokkenheid en toezicht te kunnen vervullen.
Argumenten tegen: Er is in de verstrekte teksten geen informatie beschikbaar die een reden biedt om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"We leggen wettelijk vast dat de Tweede Kamer tijdig en volledig geïnformeerd wordt over alles wat op het gebied van Europese besluitvorming speelt (de Europawet)."
"We betrekken de Tweede Kamer meer bij het maken van het Europese beleid, in plaats van alleen de koers achteraf te controleren. We houden vaker gesprekken in de Tweede Kamer met Eurocommissarissen over wat er gaande is op hun beleidsterrein en voeren jaarlijkse beleidsdebatten over de koers van de EU."
"De huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de WIV-2017) wordt zo snel mogelijk herzien. De wet is niet toekomstbestendig. Door snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën en bedreigingen is een herziening essentieel. Daarin moeten de rechten van inwoners niet ondergeschikt gemaakt worden aan veiligheid. Bij de herziening moet toezicht voor, tijdens en ná handelingen van de inlichtingendiensten centraal staan."