De regering moet onderzoeken hoe het Ministerie van VRO (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) meer groen kan combineren met de bouw van woningen. Gemeenten, de bouwsector en organisaties willen namelijk meer groen in de wijk voor de inwoners.
Motie van het lid Kostić over een bijdrage van het ministerie van VRO aan meer groen voor burgers in combinatie met de woningbouwopgave
De kamer,
constaterende dat er eerder aan de Minister van VRO een brede oproep is
gedaan vanuit onder andere gemeenten, maatschappelijke organisaties
en de bouwsector om actief in te zetten op het borgen van meer groen in
combinatie met de woningbouwopgave;
verzoekt de regering om in overleg met verschillende partners te
verkennen op welke manier het Ministerie van VRO kan bijdragen aan
meer groen voor burgers in combinatie met de woningbouwopgave, en
daarover dit jaar aan de Kamer te rapporteren.
Argumenten voor: De partij pleit voor een landelijke groennorm om gezonde woonplekken te garanderen en hittestress tegen te gaan [1]. Zij willen dat elke wijk groener en leefbaarder wordt door middel van een 25-jarenplan [1]. Daarnaast stelt de partij dat nieuwe wijken niet alleen functioneel moeten zijn, maar ook over volop ruimte voor groen moeten beschikken [2]. Groen wordt expliciet genoemd als een investering die nodig is om van een buurt een plek te maken om te leven [3].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Groennorm voor gezonde woonplekken. Meer dan de helft van de Nederlanders woont in een woning met risico op oververhitting. In totaal gaat het om bijna tien miljoen mensen, onder wie twee miljoen ouderen. In een tijd waarin hittegolven vaker voorkomen, is vergroening daarom geen bijzaak, maar een levensvoorwaarde. De stad is gemiddeld 2,3 graden tot soms wel negen graden warmer dan het omliggende platteland. In een warme zomer kunnen mensen in versteende buurten dagenlang last hebben van hittestress. Groen kan dat verschil maken: straten met bomen zijn tot twee graden koeler. In parken is het verschil nog groter: tot wel acht graden in vergelijking met versteende pleinen. Daarom planten we een boom voor iedere inwoner en voeren we een landelijke groennorm in, als onderdeel van een groots 25jarenplan om elke wijk in Nederland groener en leefbaarder te maken. Voortaan rekenen we in vierkante meters groen per inwoner, niet in auto's per woning. Elke wijk krijgt minimaal 30 procent groenoppervlak, elke woning ligt op maximaal driehonderd meter van een groene plek, en drie bomen moeten zichtbaar zijn vanuit elk huis."
"Mooie wijken. Iedereen verdient een fijne en mooie buurt om in te wonen. Te vaak worden betaalbare wijken neergezet zonder oog voor schoonheid, samenhang of leefbaarheid. Wij kiezen voor woonwijken die niet alleen betaalbaar en functioneel zijn, maar ook esthetisch aantrekkelijk. Met goede architectuur, doordachte inrichting en volop ruimte voor groen. Elke nieuwe wijk krijgt een stedenbouwkundige visie met aandacht voor duurzaamheid, kwaliteit en de menselijke maat. Arbeiderswijken verdienen net zo goed goede architectuur als villawijken. Zo bouwen we wijken waar mensen trots op kunnen zijn. Met waardigheid, schoonheid en verbondenheid als fundament."
"Een leefbare buurt. We investeren in buurten met scholen, zorg, openbaar vervoer, politie en groen. De buurt is niet alleen een plek om te wonen, maar om te leven. We herstellen wat kapot is gegaan: publieke voorzieningen en sociale samenhang. Onder andere via investeringen in deze voorzieningen, via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en via gemeenten zorgen we ervoor dat hier werk van gemaakt kan worden."