Zorg voor toekomstbestendige woningen

De regering moet borgen dat nieuwe regels voor wonen de kwaliteit niet verslechteren. Als de bouw wordt versneld door regels te schrappen, kunnen woningen later kwetsbaar en duur worden door klimaatverandering en wateroverlast. De regering moet bij nieuwe plannen daarom laten zien hoe de kwaliteit van het wonen in de toekomst goed blijft.

Motie van het lid Kostić over borgen dat wijzigingen in beleid en wet- en regelgeving rondom wonen niet zullen leiden tot verslechtering maar juist tot versterking van toekomstbestendig wonen

De kamer, overwegende dat koplopers in de bouwsector en de Unie van Waterschappen waarschuwen dat versnellen van woningbouw en schrappen van regels zonder voldoende zorg voor water, bodem, klimaat en milieu kan leiden tot woningen die op termijn kwetsbaar en kostbaar worden; overwegende dat gedegen en onderbouwde wet- en regelgeving belangrijk is; verzoekt de regering te borgen dat wijzigingen in beleid en wet- en regelgeving met betrekking tot wonen niet zullen leiden tot verslechtering, maar juist tot versterking van toekomstbestendig wonen, en dus bij zulke voorstellen een vorm van onderbouwing van die borging mee te sturen, bijvoorbeeld via een aparte brief om schade en extra kosten op de lange termijn te voorkomen.
28 mei | PvdD | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een kwalitatieve benadering van de woningbouw in plaats van enkel te focussen op snelheid, meer en goedkoper [1]. Zij willen dat nieuwbouw circulair, gasvrij en natuurinclusief is, waarbij het advies van waterschappen over waterbestendigheid niet langer vrijblijvend is [2]. Ook het meenemen van toekomstige klimaatrisico's bij nieuwbouw en het verduurzamen van de woningvoorraad staan centraal [3]. Daarnaast wil de partij nieuwe inzichten over een gezonde bodem verwerken in de relevante wet- en regelgeving [5]. De partij waarschuwt bovendien dat overheden vaak kiezen voor 'goedkoop', wat uiteindelijk 'duurkoop' is [4], en stelt dat keuzes in architectuur niet langer op basis van economische kortetermijnbelangen gemaakt moeten worden, maar op basis van brede welvaart [6].

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die argumenten biedt om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
  2. "Alle nieuwbouw wordt circulair gebouwd, gasvrij, natuurinclusief, minstens energieneutraal, en zo mogelijk energiepositief. Zo compenseren we oude woningen die niet (voor 2030) energieneutraal gemaakt kunnen worden. Om te borgen dat bouwprojecten ook waterbestendig zijn, wordt de deskundigheid van waterschappen ingezet en is hun advies niet langer vrijblijvend."
  3. "Om de klimaatdoelen te halen én om de gevolgen van de klimaat- en natuurcrisis op te vangen gaan we onze woningen verduurzamen, vergroenen en renoveren. Energieneutrale woningen worden de norm. Bij nieuwbouw houden we rekening met toekomstige klimaatrisico's."
  4. "In de bouwwereld is de afgelopen jaren hard gewerkt aan recycling, innovaties en technieken die minder energie gebruiken en aan materialen die makkelijk te hergebruiken zijn. We zetten vol in op bio-based bouwen met zo veel mogelijk natuurlijke en hernieuwbare grondstoffen, zoals hout, vlas en bamboe. Hierdoor kunnen gebouwen zelfs CO2 opslaan. Bovendien zetten we in op gebouwen die weinig extra energie nodig hebben. Dat doen we door te bouwen volgens natuurlijke bouwprincipes, met zo min mogelijk apparaten. De overheid heeft veel invloed op de bouw, want zij is vaak opdrachtgever en bepaalt de regels. Toch kiezen overheden voor goedkoop, wat uiteindelijk duurkoop is. Klassieke bouwmaterialen zoals beton en staal hebben een grote CO2-voetafdruk. Een nieuwe bouwcrisis dreigt als op de huidige manier doorgebouwd wordt. Met de gevestigde partijen rennen we naar de volgende bouwcrisis, maar het kan anders:"
  5. "Bij bouwprojecten wordt het bodemleven standaard in kaart gebracht, beschermd en waar mogelijk versterkt. Nieuwe inzichten over het belang van een gezonde bodem worden opgenomen in het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen en verwerkt in relevante wet- en regelgeving. Een levende bodem is de basis voor natuur, klimaat en gezondheid."
  6. "De architectuur van onze gebouwde omgeving doet ertoe. Het maakt het verschil in hoe mensen hun woonplaats beleven, of deze veilig lijkt en is, en voor het welzijn en de participatie van inwoners. Keuzes in architectuur worden daarom niet langer vooral op basis van economische kortetermijnbelangen gemaakt, maar op basis van de brede welvaart."