De regering moet bij het aanwijzen van nieuwe grote woningbouwgebieden het principe van Transit Oriented Development gebruiken. Dit betekent dat er gebouwd wordt rondom stations en spoorverbindingen. Zo zijn woningen efficiënt bereikbaar en kan de bouw van nieuwe huizen sneller gaan.
Motie van het lid Van Asten c.s. over het uitgangspunt van Transit Oriented Development meenemen bij het aanwijzen van nieuwe grootschalige woningbouwgebieden
De kamer,
overwegende dat bouw rondom bestaande en nieuwe spoorverbindingen
leidt tot efficiënte ontsluiting van woningbouw door het gebruik van
bestaande of in aanbouw zijnde infrastructuur;
overwegende dat de ontwikkelingen langs de Oude Lijn laten zien dat een
goed functionerende spoorverbinding grootschalige woningbouw
mogelijk maakt;
overwegende dat het hanteren van het principe van Transit Oriented
Development daarmee kan leiden tot een versnelling van de bouw van
nieuwe woningen;
verzoekt de regering het uitgangspunt van Transit Oriented Development
mee te nemen bij de aanwijzing van nieuwe grootschalige woningbouwgebieden.
Argumenten voor: De partij wil grote woningbouwopgaven aanpakken op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn [1]. Daarbij wordt expliciet gesteld dat grotere nieuwbouwlocaties buiten de dorpen en steden gebouwd moeten worden op plekken die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, om Nederland leefbaar en bereikbaar te houden [2].
Argumenten tegen: Er zijn in het verkiezingsprogramma geen argumenten te vinden die strijdig zijn met het principe van Transit Oriented Development of het bouwen nabij infrastructuur.
Bronnen:
"Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
"We bouwen waar dat kan eerst binnen de dorpen en steden. Vooral in dorpen stimuleren we uitbreidingen met 'een buurtje erbij', zodat jongeren en starters in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. Dit is hard nodig om voorzieningen zoals kerken, scholen, winkels en sportverenigingen in de toekomst te behouden. Grotere nieuwbouwlocaties buiten de dorpen en steden, die nodig zijn om de woningnood op te lossen, worden gebouwd op plekken die verantwoord zijn qua gesteldheid van water en bodem én goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Zo houden we Nederland leefbaar én bereikbaar."