Borging financiering School en Omgeving

De regering moet het programma School en Omgeving onderdeel laten blijven van de SPUK Kansrijke Wijk (speciale subsidie voor wijken). Na 2028 verandert de financiering namelijk. Dit zorgt voor versnippering van het geld in plaats van samenwerking in de wijken. Onzekerheid over de financiering brengt de samenwerking tussen scholen, gemeenten en andere partners in gevaar.

Motie van het lid Grinwis c.s. over de continuïteit van het onderwijsprogramma School en Omgeving borgen

De kamer, constaterende dat de middelen voor het onderwijsprogramma School en Omgeving na 2028 worden omgezet naar bekostiging via schoolbesturen en hiermee niet langer deel zullen uitmaken van de SPUK Kansrijke Wijk; overwegende dat dit zal leiden tot versnippering van middelen in plaats van de huidige NPLV-gebiedsgerichte benadering vanuit SPUK Kansrijke Wijk; overwegende dat onzekerheid over de financiering de samenwerking in de NPLV-gebieden tussen scholen, gemeenten en maatschappelijke partners én de opgebouwde uitvoeringskracht onder druk zet; verzoekt de regering om de continuïteit van het onderwijsprogramma School en Omgeving te borgen als onderdeel van de SPUK Kansrijke Wijk, en de Kamer hierover op Prinsjesdag te informeren.
3 juni | CU, D66, GL-PvdA, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voortzetten en zelfs uitbreiden naar nieuwe regio's [1]. Hierbij is het de bedoeling om geld te bundelen in één krachtig en meerjarig budget, zodat er gericht en langdurig geïnvesteerd kan worden [1]. Daarnaast pleit de partij voor gecombineerde financieringsstromen om de nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg mogelijk te maken [2]. Ook wordt benadrukt dat ondersteuning en zorg het beste in de eigen omgeving van het kind kan worden aangeboden door de samenwerking tussen scholen, kerken en buurtorganisaties, in plaats van via losse programma's [3][4].

Argumenten tegen: De partij geeft aan dat scholen moeten kunnen werken zonder 'geschuif met budgetten' [2] en dat scholen rust en ruimte moeten krijgen zonder dat de politiek te veel eisen bij hen neerlegt [5].

Bronnen:

  1. "Voor de ChristenUnie is leefbaarheid geen bijzaak, maar een kwestie van goed bestuur. Ieder mens, of je nu in de stad woont of in een krimpregio, verdient een veilige, schone en mooie omgeving om te wonen, werken en op te groeien. Toch staat die leefbaarheid in veel dorpen en wijken onder druk door het verdwijnen van voorzieningen, zoals bushaltes, bibliotheken en winkels. Verschillen in gezondheid, veiligheid en toekomstkansen nemen hierdoor toe. Dat accepteren we niet. Daarom zetten we het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) voort. We zien dat dit programma effect heeft in wijken als Amsterdam Zuid-Oost, Delft-West en Dordrecht-West. We breiden dit programma uit naar regio's die nu nog buiten de boot vallen, zoals Zeeuws-Vlaanderen, de Veenkoloniën, Twente en zogenaamde New Towns (voormalige groeikernen zoals Zoetermeer). We zetten in op een integrale versterking van de leefbaarheid door verouderde wijken te vernieuwen, sociale samenhang te bevorderen en kansen voor jongeren te vergroten. We bundelen het geld in één krachtig en meerjarig budget, zodat gemeenten gericht en langdurig kunnen investeren. We leren van de ervaringen van de New Towns en passen die toe bij nieuw te bouwen wijken."
  2. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  3. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
  4. "We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."
  5. "Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."