De regering moet het programma School en Omgeving onderdeel laten blijven van de SPUK Kansrijke Wijk (speciale subsidie voor wijken). Na 2028 verandert de financiering namelijk. Dit zorgt voor versnippering van het geld in plaats van samenwerking in de wijken. Onzekerheid over de financiering brengt de samenwerking tussen scholen, gemeenten en andere partners in gevaar.
Motie van het lid Grinwis c.s. over de continuïteit van het onderwijsprogramma School en Omgeving borgen
De kamer,
constaterende dat de middelen voor het onderwijsprogramma School en
Omgeving na 2028 worden omgezet naar bekostiging via schoolbesturen
en hiermee niet langer deel zullen uitmaken van de SPUK Kansrijke Wijk;
overwegende dat dit zal leiden tot versnippering van middelen in plaats
van de huidige NPLV-gebiedsgerichte benadering vanuit SPUK Kansrijke
Wijk;
overwegende dat onzekerheid over de financiering de samenwerking in
de NPLV-gebieden tussen scholen, gemeenten en maatschappelijke
partners én de opgebouwde uitvoeringskracht onder druk zet;
verzoekt de regering om de continuïteit van het onderwijsprogramma
School en Omgeving te borgen als onderdeel van de SPUK Kansrijke Wijk,
en de Kamer hierover op Prinsjesdag te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat het onderwijs lijdt onder de versnippering van de bekostiging en de grilligheid van het beleid [1]. De motie richt zich specifiek op het voorkomen van versnippering van middelen en het waarborgen van continuïteit om onzekerheid te voorkomen, wat aansluit bij de wens van de partij om de juiste randvoorwaarden te scheppen en het stelsel te bewaken [1].
Argumenten tegen: De partij pleit voor een meer bescheiden rol van de overheid en wil meer vertrouwen geven aan bestuurders [1]. Het omzetten van middelen naar bekostiging via schoolbesturen zou een manier kunnen zijn om de overheid minder in detail de inrichting van het onderwijs te laten bepalen [1].
Bronnen:
"Het onderwijs zucht onder de groeiende last van wetten, regels en verantwoording, de versnippering van de bekostiging en de grilligheid van het beleid. Het is hoog tijd dat de overheid een meer bescheiden rol vervult. De overheid moet actiever zijn om het stelsel te bewaken en de juiste randvoorwaarden te scheppen, maar minder in detail de inrichting van het onderwijs bepalen. Binnen een duidelijk speelveld is het echt aan de spelers om het spel te spelen. Meer vertrouwen in professionele leerkrachten, bestuurders en ondersteuning is dus nodig. We zetten een dikke streep onder de status van hun beroep. Dat is ook onmisbaar om het lerarentekort structureel op te lossen."