Minder afhankelijk van fossiele brandstoffen

De regering moet onderzoeken hoe subsidies en financiële steun kunnen helpen om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Blokkades in de Straat van Hormuz laten zien dat deze afhankelijkheid de energieprijzen beïnvloedt en de weerbaarheid van het land aantast.

Motie van het lid Van Oosterhout over weerbaarheidsmaatregelen bij het verstrekken van subsidies en andere financiële steun om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verlagen

De kamer, overwegende dat de blokkade van de Straat van Hormuz eens te meer duidelijk maakt hoe de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen grote gevolgen heeft voor weerbaarheid en energieprijs; verzoekt de regering te onderzoeken hoe bij het verstrekken van subsidies en andere financiële steun passende weerbaarheidsmaatregelen getroffen kunnen worden, waarmee de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder kan worden verlaagd.
3 juni | GL-PvdA | Aangenomen: 86–64 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar energieonafhankelijkheid en wil de afhankelijkheid van landen waar men niet afhankelijk van wil zijn stoppen [1]. Daarnaast benadrukt de partij dat Nederland in een instabiele wereld meer op eigen benen moet staan en weerbaarder moet worden om de veiligheid te beschermen [3]. Ook pleit de partij voor actieve interventie van de overheid om duurzaam vermogen te waarborgen [2] en het ondersteunen van projecten die de energietransitie bevorderen [5].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de energietransitie in een taaie fase zit en dat randvoorwaarden zoals het elektriciteitsnet en de vergunningverlening eerst op orde moeten worden gebracht [4].

Bronnen:

  1. "Om de schepping te bewaren is ambitieus klimaatbeleid noodzakelijk. Bovendien draagt goed klimaatbeleid bij aan energieonafhankelijkheid: we zijn nu voor onze energievoorziening afhankelijk van landen waar we niet afhankelijk van willen zijn. Dat moet stoppen. Klimaatverandering houdt zich niet aan grenzen: het is een wereldwijd vraagstuk dat een internationale aanpak vraagt. Daarom is het goed dat Nederland zich al jaren, in internationaal verband, inzet voor goede, bindende afspraken om de impact van het menselijk gedrag op het klimaat te verkleinen."
  2. "In het toekomstig energiesysteem is het van belang dat de vraag zoveel mogelijk meebeweegt met het aanbod, maar hier zitten in de praktijk grenzen aan. Batterij-opslag is noodzakelijk voor het moment dat de wind niet waait en de zon niet schijnt. Ook moeten gascentrales die nu voor flexibiliteit zorgen in het aanbod, worden omgebouwd naar CO2-vrije centrales op waterstof of een andere regelbare brandstof. Dit vraagt om actieve interventie van de overheid om duurzaam vermogen te waarborgen. Bijvoorbeeld in de vorm van het opzetten van een capaciteitsmarkt."
  3. "Vrijheid en democratie zijn niet vanzelfsprekend. Er is een oorlog gaande in Europa. Toenemende geopolitieke spanningen zorgen voor onzekerheid en een schemergebied tussen oorlog en vrede. In een instabiele wereld moeten Europa en Nederland meer op eigen benen staan om onze veiligheid en democratische rechtsorde te beschermen en weerbaarder te worden. De rechtsstaat en ons vrije democratische bestel staan niet alleen onder druk van (sabotage door) andere landen, maar ook door terroristische dreiging van het jihadisme, criminele ondermijning of extremistische netwerken die onze rechtsorde bedreigen."
  4. "De klimaat- en energietransitie zit in een taaie fase. Klimaatdoelen afspreken bleek nog vrij eenvoudig, klimaatdaden stellen en volhouden blijkt een stuk ingewikkelder. Dat heeft deels te maken met de ingewikkelde internationale context, maar ook met het feit dat Nederland zijn randvoorwaarden voor vergroening van de economie niet op orde heeft: het elektriciteitsnet zit overvol, de vergunningverlening zit op slot en er is een gebrek aan goed opgeleide vakmensen. Die randvoorwaarden moeten met voorrang op orde worden gebracht, anders komen burgers en bedrijven in de knel, omdat er geen reëel handelingsperspectief is (zie ook hoofdstuk 2 'Nederland van het slot')."
  5. "De overheid zet in op flexibilisering van de elektriciteitsvraag, netbewuste verduurzaming, aanjagen van de warmtetransitie en regie voeren op energieopslag. Projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten, zoals waterstofproductie en batterijen, krijgen een lager nettarief. Voor thuisbatterijen komt een helder kader voor brandveiligheid, garanties en levensduur, normering voor het gebruik van zeldzame materialen en verplichte mogelijkheid voor de netbeheerder om aan- en af te schakelen. De netbeheerder mag zelf energieopslag inzetten en krijgt ruimte om in deze projecten financieel te participeren. Ook ondersteunt de overheid projecten die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21, slimme gebouwsturing en slimme waterboilers. Energiebedrijven krijgen ruimte om energie op wisselende piek- en daltarieven aan te bieden, maar wel per seizoen met hetzelfde patroon. Verslimmen van het net gebeurt door monitoring, aansturen van de netten, flexibiliteit in aansluitingen en gebruik, en het verplicht teruggeven van netcapaciteit die niet gebruikt wordt."