Minder afhankelijk van fossiele brandstoffen

De regering moet onderzoeken hoe subsidies en financiële steun kunnen helpen om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Blokkades in de Straat van Hormuz laten zien dat deze afhankelijkheid de energieprijzen beïnvloedt en de weerbaarheid van het land aantast.

Motie van het lid Van Oosterhout over weerbaarheidsmaatregelen bij het verstrekken van subsidies en andere financiële steun om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verlagen

De kamer, overwegende dat de blokkade van de Straat van Hormuz eens te meer duidelijk maakt hoe de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen grote gevolgen heeft voor weerbaarheid en energieprijs; verzoekt de regering te onderzoeken hoe bij het verstrekken van subsidies en andere financiële steun passende weerbaarheidsmaatregelen getroffen kunnen worden, waarmee de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verder kan worden verlaagd.
3 juni | GL-PvdA | Aangenomen: 86–64 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma SGP

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen [3] en de productie van duurzame energie blijven stimuleren [4]. Daarnaast stelt de partij dat de overheid moet zorgen dat burgers en ondernemers kunnen schakelen [3].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 het leidende instrument is voor de afbouw van fossiele brandstoffen [2]. Ook waarschuwt de partij dat subsidies voor duurzame energie kunnen leiden tot oversubsidiering [4] en geeft aan dat aardgas voorlopig een belangrijke brandstof blijft [1].

Bronnen:

  1. "Aardgas blijft voorlopig een belangrijke brandstof en is relatief schoon. Nu de gaswinning in Groningen is afgebouwd, wordt de winning uit de kleine gasvelden gestimuleerd en gefaciliteerd. Natuurlijk zonder nieuwe aardbevingsrisico's te creëren."
  2. "Het Europese emissiehandelssysteem voor CO2 is het leidende instrument voor afbouw van de inzet van fossiele brandstoffen."
  3. "De uitstoot van broeikasgassen moet en kan omlaag. De SGP wil het gebruik van milieubelastende brandstoffen in de komende drie decennia zo veel mogelijk afbouwen. Maar niet door ons wettelijk vast te pinnen op concrete doelen voor reductie van de CO2-uitstoot, zoals 55% in 2030. Daarvoor is de situatie te complex. Denk aan de congestieproblematiek die verduurzamingsprojecten in de weg zit of de milieugevolgen die alternatieve energiebronnen kunnen hebben. Klimaatwetgeving moet op dit punt aangepast worden. De SGP wil wegblijven bij doorgeslagen maakbaarheidsdenken, alsof de mens het klimaat regelt. We hebben onze verantwoordelijkheid te nemen, maar wel in de wetenschap dat God erboven staat. Hij zegt: 'Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.' De milieuopgaven zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van samenleving en overheid. De overheid zorgt ervoor dat burgers en ondernemers mee kunnen schakelen. Beter groen hier dan grijs elders. Ook moet energiearmoede voorkomen worden."
  4. "De productie van duurzame energie blijft gestimuleerd worden. De ontwikkelingsfases van verschillende technieken lopen echter zo uiteen dat een one size fits all benadering in bijvoorbeeld de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE++) snel kan leiden tot oversubsidiering of het missen van kansen. Regelingen worden hierop aangepast, bijvoorbeeld door te werken met zogenaamde contracts for difference."