Vertrek van de Nederlandse industrie monitoren

De regering moet onderzoeken of de industrie uit Nederland verdwijnt. Hoge energiekosten en problemen met het stroomnet (netcongestie) zorgen voor druk op bedrijven. Als bedrijven naar het buitenland gaan, verdwijnen banen en stijgt de wereldwijde CO2-uitstoot soms zelfs. Ook wordt Nederland afhankelijker van andere landen. De regering moet deze risico's goed in kaart brengen.

Motie van de leden Boomsma en Van den Berg over de-industrialisering en weglek monitoren

De kamer, constaterende dat de Nederlandse industrie onder toenemende druk staat door hoge energiekosten en netcongestie; constaterende dat verplaatsing van bedrijvigheid naar het buitenland kan leiden tot weglekeffecten, waarbij productie en werkgelegenheid verdwijnen uit Nederland zonder dat de mondiale CO2-uitstoot afneemt en per saldo soms juist toeneemt; overwegende dat het voor effectief klimaat- en industriebeleid van belang is om niet alleen de nationale CO2-reductie te meten, maar ook dergelijke weglekeffecten te betrekken, en daarnaast rekening te houden met strategische afhankelijkheden; verzoekt de regering de de-industrialisering en weglek te monitoren op de volgende punten: – de verplaatsing van industriële activiteiten uit Nederland naar andere landen; – de weglekeffecten daarvan en dus de gevolgen niet alleen voor de Nederlandse maar ook voor de mondiale CO2-uitstoot; – de gevolgen voor strategische afhankelijkheden en leveringszekerheid; – en de Kamer hierover een zo goed mogelijke rapportage te geven.
3 juni | JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij uit grote zorgen over het vertrek van de industrie naar het buitenland [1], waarbij ze wijzen op het vertrek van multinationals [8] en de gevolgen van nationale regels die een ongelijk speelveld creëren [2][3][4]. Er wordt expliciet gesteld dat de partij niet accepteert dat CO2-reductie enkel op papier wordt gehaald doordat de industrie het land verlaat [5]. Daarnaast benadrukt de partij de noodzaak om strategische afhankelijkheid te voorkomen [1][7] en de problemen rondom hoge energieprijzen [1][6] en netcongestie [1][5] aan te pakken om de industrie concurrerend te houden.

Argumenten tegen: Er is in de verstrekte teksten geen informatie beschikbaar om een argument tegen de motie te formuleren.

Bronnen:

  1. "Wat de komende jaren extra aandacht vergt is de industrie. Een vertrek van de (basis)industrie maakt ons afhankelijker van andere landen. De industrie staat bijvoorbeeld aan de basis van de productie van nachtkijkers voor het leger, infuuszakken voor het ziekenhuis en de schoenen waar je dagelijks op loopt. Ook zorgen ze voor innovatie. We hebben tijdens de coronacrisis gezien waarom het belangrijk is dat zulke zaken in Nederland of Europa kunnen worden gemaakt. Onze (basis)industrie moet opboksen tegen oneerlijke concurrentie uit landen als China en kampt met hoge energieprijzen. Een onwerkbare situatie. Ook het probleem van een overvol stroomnet moet écht worden opgelost. Het gelijke speelveld voor de (basis)industrie moet worden hersteld zodat zij kan verduurzamen én concurrerend kan blijven."
  2. "Van Klimaatwet naar Klimaat- en groeiwet: We bouwen aan een schone én weerbare economie. In onze tijd, met de enorme uitdagingen die we vandaag zien, is de Klimaatwet te eenzijdig gericht op het terugdringen van broeikasgasuitstoot. We zien dat de industrie vertrekt uit Nederland vanwege knellende nationale wet- en regelgeving. Er is geen gelijk speelveld met de rest van Europa. Daarom passen we de Klimaatwet aan naar Klimaat- en groeiwet en voegen we de pijlers energie-onafhankelijkheid en betaalbaarheid toe. We werken door aan het halen van de klimaatdoelen en wegen de andere doelen net zo zwaar. Loopt het uit de pas, komt de betaalbaarheid in het gedrang en vertrekt de industrie daardoor naar het buitenland, dan grijpen we in. We blijven voldoen aan onze Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."
  3. "Een gelijk speelveld voor de industrie met de rest van Europa: We willen een gelijk speelveld voor onze industrie met de rest van Europa. Europees klimaatbeleid is daarom het beste klimaatbeleid. We schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid. We willen geen nieuwe koppen die het verdienvermogen en de concurrentiepositie van Nederland schaden. We zorgen ervoor dat Nederland net als andere landen voldoet aan haar Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."
  4. "We schrappen de CO2-heffing: Nederland kent als enige land binnen de EU een nationale CO2-heffing. Dit creëert een ongelijk speelveld voor bedrijven. Bedrijven geven aan dat dit een van de redenen is waarom ze naar het buitenland vertrekken. Daarom schrappen we de heffing en gaan we met de sector op zoek naar een alternatief systeem waarmee we de industrie een duurzame toekomst in Nederland geven."
  5. "Kiezen voor een schoon én onafhankelijk Nederland: De VVD kiest voor een schoon en onafhankelijk Nederland. Als we ondernemers vragen te verduurzamen, dan moet de overheid zijn zaken op orde hebben. Als bedrijven en huishoudens niet kunnen verduurzamen omdat de overheid de zaak niet op orde heeft, bijvoorbeeld vanwege netcongestie of omdat infrastructuur vertraagd is, dan mogen ondernemers rekenen op extra ruimte. We accepteren niet dat CO2-reductie op papier gehaald wordt omdat onze industrie verdwijnt."
  6. "We compenseren bedrijven met hoge elektriciteitskosten: De energieprijzen in Nederland zijn vele malen hoger dan in onze buurlanden. Hierdoor ervaren onze bedrijven een groot concurrentienadeel. Om de hoge energiekosten te dempen, verlengen we de IKC, een compensatieregeling voor sectoren met hoge elektriciteitskosten. We nemen ook andere maatregelen om de energiekosten voor bedrijven te verlagen. We willen met bedrijven een nieuw energieakkoord sluiten om ook in de toekomst de rekening betaalbaar te houden en de problemen op het energienet samen op te kunnen lossen."
  7. "Koesteren Nederlandse defensie-industrie: Voor onze defensie-industrie zetten we in op behoud van zelfstandigheid in zaken waar we traditioneel sterk in zijn, zoals het marinebouwcluster en radars. Daarnaast versterken we gericht een aantal innovatieve niches, zoals quantumtechnologie en drones. Hierin proberen we ook de gesloten nationale defensiemarkten in Europa open te breken zodat ondernemers over de grens kansen krijgen de beste producten aan te bieden. Om de industrie via grotere orders te kunnen laten opschalen en interoperabiliteit te vergroten willen we inzetten op gezamenlijke orders voor materieel. Daarnaast zetten we in op licentieproductie van hightech Amerikaanse wapens waar we niet zonder kunnen, maar waarbij we nu te afhankelijk zijn van een enkele productielocatie in de VS."
  8. "Nederland is een land van ondernemers. We zijn toonaangevend, al is dat geen vanzelfsprekendheid. De kracht van Nederland zien we elke dag: van de mainport van Rotterdam, tot de Greenport van het Westland en bij alle mkb'ers en familiebedrijven. Maar de problemen voor het midden- en kleinbedrijf stapelen zich op, door personeelstekorten, hoge energierekeningen en de afbetaling van coronaschulden. Nederland telt dit jaar relatief meer faillissementen dan vrijwel waar ook ter wereld, met bijna één op de vijf van deze faillissementen in de retail. Multinationals Shell en Unilever hebben ons land verlaten. De groei in Nederland stokt."