De regering moet een plan maken om woningen van kwetsbare huishoudens sneller te verduurzamen. Meer dan 500.000 huishoudens hebben nu last van energiearmoede. Duurzame woningen zorgen voor structureel lagere energiekosten. Dit is nodig voor een betaalbare energierekening en steun voor de energietransitie.
Motie van het lid Klos c.s. over een aanpak voor het versnellen van woningverduurzaming voor kwetsbare huishoudens
De kamer,
constaterende dat ruim 500.000 huishoudens kampen met energiearmoede en dat met name huishoudens met een laag inkomen, huurders en
bewoners van slecht geïsoleerde woningen kwetsbaar zijn voor hoge
energielasten;
overwegende dat een betaalbare energierekening essentieel is voor
bestaanszekerheid en draagvlak voor de energietransitie, en dat woningverduurzaming de meest effectieve manier is om energielasten structureel
te verlagen;
verzoekt de regering om een aanpak uit te werken voor het versnellen van
woningverduurzaming voor huishoudens die kwetsbaar zijn voor hoge
energielasten, en daarbij in ieder geval te bezien hoe:
– het Nationaal Isolatieprogramma in energiekwetsbare wijken kan
worden versterkt;
– het Warmtefonds toegankelijk en aantrekkelijk kan worden voor
huishoudens met lage inkomens;
– energiekwetsbare huishoudens beter kunnen worden ontzorgd bij
woningverduurzaming, onder meer via energiecoaches, FIXbrigades
en andere lokale energiehulpnetwerken;
– er meer langjarige duidelijkheid kan worden geboden over bestaande
regelingen voor woningverduurzaming.
Argumenten voor: De partij wil het Nationaal Isolatieprogramma voortzetten en uitbreiden, waarbij de focus ligt op een wijkgerichte aanpak en het met voorrang aanpakken van slecht geïsoleerde huizen [1]. Daarnaast wil de partij gerichte inkomensondersteuning bieden aan huishoudens die kampen met energiearmoede [2]. Ook is er aandacht voor het vereenvoudigen van procedures en het verminderen van de complexiteit van regelingen [1][3].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die tegen de maatregelen in de motie pleiten.
Bronnen:
"Het Nationaal Isolatieprogramma wordt voortgezet en uitgebreid, richting een gerichte wijk-voor-wijkaanpak samen met woningcorporaties. Bij isoleren wordt gezond ventileren de norm. Slecht geïsoleerde huizen pakken we met voorrang aan, straat voor straat, zonder ingewikkelde procedures of subsidieaanvragen, met verplichte sturing op energielabels. Per wijk wordt bepaald wat de beste manier is om van het aardgas af te komen: met individuele opties zoals een (hybride) warmtepomp of via een collectieve voorziening zoals een warmtenet. Waar een warmtenet maatschappelijk optimaal is, moet dit ook voor de bewoner financieel de aantrekkelijkste optie zijn. Nieuwbouw is altijd gasloos, voorziet in ecologische oplossingen en is klimaatbestendig. De geschrapte normering voor hybride warmtepompen voeren we weer in per 2029."
"Waar mogelijk willen we toe naar een lokaal vormgegeven energiesysteem van volledig hernieuwbare energie inclusief mogelijkheden voor batterij-opslag. Energiecoöperaties brengen de energietransitie dichter bij de burger. We investeren in de ondersteuning van deze energiecoöperaties. We willen dat lokale participatie in duurzame energieprojecten wordt gestimuleerd, waarbij ten minste 50% lokaal eigenaarschap het uitgangspunt is. Zo kunnen bijvoorbeeld omwonenden ook profiteren van duurzame opwekking. Er komt gerichte inkomensondersteuning voor huishoudens met energiearmoede (bijvoorbeeld via een noodfonds)."
"Het aantal mensen en kinderen dat in armoede leeft moet sterk omlaag. Voor een beter armoedebeleid is het advies van de Commissie Sociaal Minimum de leidraad. Het sociaal minimum moet voldoende zijn om van rond te kunnen komen. Periodiek wordt getoetst of het sociaal minimum nog voldoende is. Ook wordt het niet-gebruik van regelingen teruggedrongen (bijvoorbeeld via gegevensuitwisseling). De verschillen in armoederegelingen tussen gemeenten zijn nu te groot en een aantal verschillende regelingen te ingewikkeld. Dit moet eenvoudiger. Gemeenten moeten adequate financiële middelen hebben om goed, lokaal toegespitst armoedebeleid te voeren. De Rijksoverheid gaat weer werken met een doelstelling om de (kinder)armoede te verlagen in plaats van armoede niet te laten toenemen."