Eerlijke verdeling van bezuinigingen

De regering moet bij het plannen van bezuinigingen het principe 'sterkste schouders, zwaarste lasten' gebruiken. De voorgestelde kortingen op de WW (werkloosheidsuitkering), WIA (arbeidsongeschiktheidsuitkering) en AOW (pensioen) raken namelijk mensen die het al moeilijk hebben. Mensen die meer kunnen dragen, moeten juist meer bijdragen.

Motie van het lid Dassen over het principe "sterkste schouders, zwaarste lasten" leidend laten zijn bij de dekkingsopgave

De kamer, overwegende dat de voorgenomen bezuinigingen op WW, WIA en AOW neerslaan bij werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten, en niet bij hen die het beter kunnen dragen; verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van de dekkingsopgave het principe van «sterkste schouders, zwaarste lasten» als leidend kader te hanteren.
4 juni | Volt | Verworpen: 32–118 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil de belastingdruk op arbeid verlagen en juist de grootste vermogens extra laten bijdragen via een vermogensbelasting van 1% op vermogens boven de 1 miljoen euro [1]. Daarnaast streeft de partij naar een rechtvaardiger stelsel waarbij ouderen met een kleine AOW of een klein pensioen erop vooruitgaan [2]. De partij benadrukt dat het sociale zekerheidsstelsel een stevig vangnet moet zijn voor onder andere werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en ouderdom [3], en wil voorkomen dat burgers financieel benadeeld worden door de uitvoering van de WIA [4472, 4474].

Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte fragmenten geen argumenten te vinden die de partij zou gebruiken om tegen het principe van «sterkste schouders, zwaarste lasten» te stemmen.

Bronnen:

  1. "In het huidige belastingstelsel wordt inkomen uit arbeid relatief zwaar belast. We willen toe naar een belastingstelsel dat inkomen uit arbeid en de daadwerkelijke inkomsten uit vermogen zoveel als mogelijk op dezelfde manier belast. De hoge lastendruk op arbeid verlagen we flink. Daartegenover staat dat we verschillende vormen van vermogen die nu niet of nauwelijks belast worden, beter in de heffingen betrekken. De hypotheekrenteaftrek schaffen we geleidelijk af. In het licht van de grote investeringen die nodig zijn in defensie, vragen we van de grootste vermogens een extra bijdrage met een vermogensbelasting van 1% op vermogens boven de 1 miljoen euro. Vermogenscomponenten waarbij een dergelijke heffing niet geëigend is, zoals financieel laagrenderende activa met een hoog maatschappelijk rendement, worden in de vormgeving ontzien. We verlagen de huidige belasting in box 3, met name voor vastgoed."
  2. "Op dit moment zijn de belastingtarieven en heffingskortingen voor gepensioneerden en werkenden totaal verschillend. Daar willen we vanaf. Wij willen dat ouderen ook gaan profiteren van de volledige basiskorting (dus geen lagere algemene heffingskorting, zoals nu het geval is). De AOW wordt geleidelijk verder gefiscaliseerd. Ouderen met alleen AOW of met een klein aanvullend pensioen gaan erop vooruit."
  3. "Ons sociale zekerheidsstelsel is bedoeld als vangnet voor momenten waarop het leven tegenzit: bij werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid of ouderdom. In theorie is dat vangnet stevig, met voor elke situatie een passende regeling. Maar in de praktijk blijkt het systeem vaak complex en bureaucratisch. Het veronderstelt dat mensen in kwetsbare situaties de regels volledig kunnen overzien en doorgronden. De koerswijziging die is ingezet om het systeem menselijker en eenvoudiger te maken, moet worden doorgezet. Naar een sociale zekerheid gebaseerd op een realistisch mensbeeld, waarin niet wantrouwen, maar vertrouwen centraal staat."