Aanbevelingen EEB over industriële uitstoot

De regering moet de aanbevelingen van het European Environmental Bureau (EEB) beantwoorden in de brief over de nieuwe regels voor industriële uitstoot (RIE). Dit is nodig voor een ambitieuze uitvoering van de herziene regels in Nederland.

Motie van het lid Kostić over het overwegen van de aanbevelingen van het EEB voor een ambitieuze nationale implementatie van de herziene RIE

De kamer, constaterende dat het European Environmental Bureau (EEB) in zijn rapport «Revised Industrial Emissions Directive: outcomes and opportunities» concrete aanbevelingen heeft gedaan voor een ambitieuze, nationale implementatie van de herziene RIE; verzoekt de regering de aanbevelingen te overwegen en in de reeds toegezegde brief over het proces en de keuzes die het kabinet maakt in de RIE-implementatie per aanbeveling te reageren.
8 juni | PvdD | Aangenomen: 91–59 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat Nederland en de EU wereldleider worden in een schone economie [1][3]. Ze streven naar het beperken van de CO2- en milieuimpact van belangrijke sectoren zoals de chemie- en staalindustrie [2] en stellen expliciet dat er geen plek is voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen [1]. Daarnaast wil de partij de markt beschermen tegen producten die niet aan de gestelde normen voldoen [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten om tegen striktere milieunormen of een ambitieuze implementatie van emissierichtlijnen te zijn.

Bronnen:

  1. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
  2. "Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
  3. "Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa. Europa heeft kans om koploper te worden in een schone wereldeconomie. Dat kan met een krachtigere interne markt gecombineerd met slim industriebeleid, dat ons autonomer, productiever en duurzamer maakt. We kiezen voor kwaliteit en beschermen onze markt tegen producten die onder onze normen duiken. We maken financiering van startups eenvoudiger. Daarnaast pleiten we in de EU voor uitbreiding van CBAM, de Europese CO₂-grensheffing. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met de productie van geïmporteerde goederen eerlijk beprijsd en lokale alternatieven aantrekkelijker."