De regering moet het advies van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme opvolgen. De regie hiervoor moet centraal komen te liggen, bijvoorbeeld bij de Minister-President. Discriminatie en racisme zijn namelijk diepgeworteld in Nederland. De huidige aanpak is versnipperd over vijf ministeries, wat de effectiviteit vermindert.
Motie van het lid Tseggai over voorzien in de borging van een duurzame aanpak van discriminatie door versterking van centrale regie, coördinatie en actie
De kamer,
overwegende dat volgens de Staatscommissie tegen Discriminatie en
Racisme in Nederland sprake is van diepgewortelde en structurele
discriminatie en racisme;
van mening dat de aanpak van discriminatie en racisme snel fundamentele verbetering behoeft en dat de door de staatscommissie voorgestelde actieagenda daarbij goede diensten kan bewijzen;
constaterende dat de verantwoordelijkheid voor de aanpak van discriminatie en racisme over vijf ministeries is verdeeld en dat daardoor de
slagkracht versnippert;
verzoekt de regering om het advies van de staatscommissie te volgen en
te voorzien in de borging van een duurzame aanpak van discriminatie
door de centrale regie, coördinatie en actie te versterken, bijvoorbeeld
door dit bij de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, te
beleggen, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij wil een stevige aanpak van alle vormen van discriminatie [1] en ziet uitsluiting als iets dat de samenhang in de samenleving ondermijnt [2]. Daarnaast streeft de partij naar een slagvaardigere uitvoering van de overheid, waarbij ministers dichter bij de regelingen staan waar zij eindverantwoordelijk voor zijn [5]. De partij heeft eerder aangegeven de verantwoordelijkheid voor specifieke beleidsterreinen, zoals het jeugdbeleid, onder één minister te willen brengen [4]. Ook wil de partij aanbevelingen uit rapporten, zoals 'Geen tweederangsburgers', onverkort en met urgentie uitvoeren [3].
Argumenten tegen: Er is in de tekst geen informatie te vinden die suggereert dat de partij tegen centrale regie of de centralisatie van verantwoordelijkheden is.
Bronnen:
"We treden hard op tegen elke vorm van discriminatie en stereotypering, onder meer van moslims. We zetten in op een stevige aanpak van discriminatie, zoals leeftijdsdiscriminatie van ouderen, migrantenkinderen die geen stageplaats kunnen krijgen, of discriminatie op basis van gender, religie, seksuele geaardheid of achternaam."
"We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om uitsluiting tegen te gaan en discriminatie hard te bestrijden. Discriminatie ondermijnt niet alleen de waardigheid van mensen, maar ook de samenhang in onze samenleving. We maken werk van het verkleinen van sociaaleconomische verschillen die grote effecten hebben in de zorg en in het onderwijs. We onderschrijven het belang van een gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving."
"We voeren de aanbevelingen uit het rapport Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan onverkort en met urgentie verder uit. Gemeenten en werkgevers zijn samen verantwoordelijk voor een goede registratie van arbeidsmigranten."
"We brengen de verantwoordelijkheid voor kindregelingen, kinderopvang en jeugdbeleid onder bij één minister, en we willen een jaarlijkse 'Staat van het Gezin'. Deze minister werkt ook aan de uitvoering van de Nationale Jeugdstrategie."
"De uitvoering van de overheid moet slagvaardiger. We pakken de veelheid vanorganisatievormen met onder andere zelfstandige bestuursorganen (zbo's), agentschappen, en toezichthouders aan. We willen dat regelingen waar de minister eindverantwoordelijk voor is en die rechtstreeks mensen raken, niet op afstand staan van de minister."