De regering moet de internationale dag tegen islamofobie niet erkennen en het woord 'islamofobie' niet gebruiken. Het woord verwart kritiek op de islam met discriminatie van moslims. Hierdoor komt terecht kritiek op de islam onterecht in een kwaad daglicht te staan.
Motie van het lid Flach over zich bewust afzijdig houden van vermelding en erkenning van de internationale dag voor de bestrijding van islamofobie
De kamer,
constaterende dat de Verenigde Naties in 2022 door middel van een
resolutie een internationale dag voor de bestrijding van islamofobie
hebben uitgeroepen;
overwegende dat deze resolutie onderkent dat er ook sprake is van
discriminatie en geweld tegen Joden en christenen en dat de EU bezwaar
heeft gemaakt tegen de exclusieve aandacht voor de islam;
voorts overwegende dat het woord «islamofobie» ten onrechte kritiek op
de islam en discriminatie van moslims verwart en islamkritiek op
voorhand in een kwaad daglicht stelt;
verzoekt de regering zich in het overheidsbeleid en in de praktijk van
overheidsdiensten en -instanties bewust afzijdig te houden van
vermelding en erkenning van de internationale dag voor de bestrijding
van islamofobie en tevens het gebruik van het woord «islamofobie» te
vermijden.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat het een mythe is dat kritiek op de islam gelijkstaat aan islamofobie, discriminatie of racisme [2]. De partij vindt dat mensen vrij moeten zijn om een mening te hebben over een geloof en dat schadelijke opvattingen binnen de islamitische cultuur open en bloot geagendeerd moeten kunnen worden [2]. Daarnaast pleit de partij voor een strikte scheiding tussen kerk en staat, waarbij overheidsdienaren niet bij religieus gerelateerde bijeenkomsten betrokken zouden moeten zijn [1] en de partij wil stoppen met beleid gericht op het tegengaan van 'institutioneel racisme' [3].
Argumenten tegen: Er zijn in de tekst geen argumenten te vinden die tegen de motie ingaan. Hoewel de partij wil dat discriminatie die integratie belemmert wordt bestreden [2], benadrukt zij juist dat dit niet mag leiden tot het wegzetten van islamkritiek als islamofobie [2].
Bronnen:
"Handhaving van de strikte scheiding tussen kerk en staat. Dus geen religieuze bijeenkomsten in de openbare ruimte en geen overheidsdienaren bij religieus gerelateerde bijeenkomsten."
"De Nederlandse cultuur moet de leidende cultuur in onze samenleving zijn en blijven. De multiculturele samenle -ving, voor zover hij ooit heeft bestaan, functioneert zeer moeizaam. Waar culturen botsen, in de praktijk vaak onze vrije Westerse cultuur en de islamitische cultuur, dan pre -valeert de Westerse en is er geen ruimte voor concessies. Wanneer discriminatie het proces van integratie belem -mert, dient daartegen opgetreden te worden. JA21 wil geen samenleving waarin mensen louter op grond van hun afkomst of achtergrond worden gehinderd om het beste uit zichzelf te halen en maximaal bij te dragen aan onze maatschappij. Maar met één mythe moet krachtig worden afgerekend: Nederland is geen racistisch land. Maar al te vaak wordt bijvoorbeeld kritiek op het islamitisch geloof als islamofobie, discriminatie of zelfs racisme weggezet en dat is niet hetzelfde. In onze samenleving zijn mensen vrij te geloven wat ze willen, maar ook vrij om een mening te hebben over een geloof. De islamitische cultuur kent nu eenmaal schadelijke opvattingen over vrouwen, homosek -suelen en joden. Dit moet open en bloot kunnen worden geagendeerd zonder risico op bedreigingen of andere inbreuken op de persoonlijke veiligheid. Godsdienstvrijheid en de vrijheid van meningsuiting gelden voor iedereen. JA21 accepteert niet dat onze samenleving wordt ont -wricht en wij accepteren ook niet dat groepen binnen de samenleving hierdoor tegen elkaar worden opgezet."
"Stoppen met het verdacht maken van onze instituties: geen beleid gericht op het tegengaan van 'institutioneel racisme'."