De regering moet de Europese Commissie vragen om strenger te handhaven op de Digital Services Act (de Europese wet voor online platforms). LGBTQIA+ personen worden online vaak gediscrimineerd of geblokkeerd door platforms zoals Meta en Instagram. Dit bedreigt hun veiligheid en vrijheid van meningsuiting. De Commissie moet extra letten op deze vormen van discriminatie.
Motie van het lid Podt c.s. over signalen van discriminerende lhbtiq+-content door grote onlineplatforms betrekken bij het toezicht op de naleving van de Digital Services Act
De kamer,
constaterende dat onlineplatforms op grond van de Digital Services Act
verplicht zijn om bij inhoudsmoderatie zorgvuldig, objectief en evenredig
te handelen, met gepaste aandacht voor de rechten, belangen en
grondrechten van gebruikers;
constaterende dat platforms gebruikers duidelijk en specifiek moeten
informeren wanneer content wordt verwijderd, beperkt of minder
zichtbaar wordt gemaakt of wanneer accounts worden geschorst of
beëindigd;
constaterende dat recente voorbeelden laten zien dat lhbtiq+-personen,
organisaties en gemeenschappen online nog steeds te maken krijgen met
discriminatie, haat en het blokkeren of beperken van accounts en content;
overwegende dat het zonder duidelijke motivering blokkeren of beperken
van lhbtiq+-accounts en lhbtiq+-content de vrijheid van meningsuiting,
zichtbaarheid, acceptatie en veiligheid van lhbtiq+-personen onder druk
kan zetten;
overwegende dat de Europese Commissie bevoegd is om toezicht te
houden op de naleving van de Digital Services Act door zeer grote
onlineplatforms, waaronder Meta en Instagram;
verzoekt de regering om bij de Europese Commissie te bepleiten dat zij
signalen van herhaalde, discriminerende of onvoldoende gemotiveerde
beperkingen van lhbtiq+-accounts en lhbtiq+-content door zeer grote
onlineplatforms nadrukkelijker betrekt bij haar toezicht op de naleving van
de Digital Services Act, en waar sprake is van overtreding voortvarend
handhavend optreedt,
kst-22112-4370
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2026
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 22 112, nr. 4370
1.