Minder schermen en meer boeken in de klas

De regering moet regels maken om het gebruik van schermen in de klas te beperken. Leren met papier, boeken en met de hand schrijven zorgt voor een betere concentratie en meer begrip. Schermen zorgen juist voor te veel afleiding. Daarom moeten papier en boeken weer de standaard worden in het onderwijs.

Motie van het lid Armut c.s. over richtlijnen voor het terugdringen van schermgebruik in klaslokalen

De kamer, constaterende dat uit onderzoek blijkt dat leren vanaf papier, het maken van aantekeningen met de hand en het werken met boeken leiden tot een betere verwerking en een beter begrip dan leren via schermen; constaterende dat onderzoek tevens laat zien dat het gebruik van laptops in de klas leidt tot meer afleiding en verminderde concentratie, met negatieve effecten op zowel de gebruiker als medeleerlingen; overwegende dat juist in een tijd waarin basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen onder druk staan, het van groot belang is om onderwijsvormen te kiezen die aantoonbaar bijdragen aan concentratie, diepgang en begrip; overwegende dat het gebruik van laptops als standaard leermiddel niet gelijkstaat aan werken aan de kerndoelen voor digitale geletterdheid; verzoekt de regering met richtlijnen te komen die ertoe leiden dat schermgebruik in het klaslokaal wordt teruggedrongen tot situaties waarin de didactische meerwaarde aantoonbaar is, en te bevorderen dat leren vanaf papier, lezen uit boeken en schrijven met de hand weer de standaard worden in het onderwijs, en de Kamer hierover, inclusief een tijdpad voor implementatie, uiterlijk voor het einde van het schooljaar 2026–2027 te informeren.
10 juni | CDA, 50PLUS, BBB, CU, JA21, Markusz, SP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij maakt zich grote zorgen over de trend dat kinderen steeds slechter worden in lezen, schrijven en rekenen en wil dit keren [1]. Bovendien ziet de partij de huidige digitale opvoedingsperiode als een experiment met mogelijk ontwrichtende gevolgen voor kinderen [3]. Er is expliciet sprake van een standpunt om smartphones uit scholen te weren [3]. Daarnaast benadrukt de partij dat lezen, schrijven en rekenen een essentieel fundament vormen voor de ontwikkeling van kinderen [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat de overheid niet de taak heeft om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed en dat onderwijsvrijheid een fundamenteel recht is [4]. Daarnaast vindt de partij dat de politiek niet te veel eigen wensen en eisen bij scholen moet neerleggen, omdat scholen juist rust, ruimte en vertrouwen nodig hebben [5].

Bronnen:

  1. "Nederlandse kinderen kunnen steeds slechter rekenen en schrijven. Deze trend is zorgelijk en moet gekeerd. Basisvaardigheden dienen gedurende de hele schoolcarrière onderhouden te worden. De overheid respecteert dat de uitvoering in handen is van scholen en stelt alleen randvoorwaarden. Scholen waarvan kinderen goed presteren delen hun lessen met andere scholen. We blijven investeren in voor- en vroegschoolse educatie en nieuwkomersonderwijs."
  2. "Goed onderwijs vormt voor iedereen de basis om zijn of haar weg te vinden in de wereld. Dat begint bij een stevig fundament: lezen, schrijven en rekenen vormen samen met burgerschap en digitale geletterdheid de basis waarop kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige en betrokken volwassenen. Deze vaardigheden zijn essentieel om volwaardig mee te kunnen doen in een steeds veranderende samenleving. Maar tegelijkertijd: scholen zijn geen leerfabrieken. Onderwijs is meer dan leren lezen en schrijven. Onderwijs helpt leerlingen vormen als persoon, hun talenten ontwikkelen en hun plek in de samenleving te vinden."
  3. "Voor het eerst groeit een generatie grotendeels digitaal op. Naast de positieve kanten van de digitale wereld is dit een experiment met potentieel ontwrichtende gevolgen, voor kinderen én de samenleving als geheel. Kinderen hebben het recht veilig op te groeien, ook online. De overheid doet er veel aan om kinderen in de fysieke wereld tegen gevaar en ongezonde invloeden te beschermen. Dit terwijl kinderen in de digitale wereld aan grote techbedrijven worden overgeleverd. Het terugdringen van de negatieve invloed van smartphones en social media is een zaak van de hele samenleving. De verantwoordelijkheid hoe om te gaan met smartphones en sociale media ligt in eerste instantie bij ouders, maar met duidelijke wettelijke omkadering. Dat betekent dat sociale media niet toegankelijk mogen zijn voor kinderen jonger dan 14 jaar. Adequate leeftijdsverificatie is noodzakelijk voor sociale media, platformen met expliciete content (porno, geweld), goksites, kopen van alcohol, BNPL-diensten. Ook moet het mogelijk zijn voor 18-jarigen om op een toegankelijke manier hun gegevens permanent te kunnen wissen. Sociale mediabedrijven worden verplicht hun producten minder verslavend te maken. Smartphones worden geweerd uit scholen en ouder-initiatieven zoals 'Smartphonevrij opgroeien' gestimuleerd."
  4. "Het is niet de taak van de overheid om te bepalen hoe kinderen worden opgevoed. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Zij kennen hun kinderen het best en dragen zorg voor hun ontwikkeling. De opvoeding is primair de plek voor het overdragen van diepere waarden en zingeving. Pedagogische relaties in het gezin en rondom het gezin moeten beschermd worden zodat ze deze taak kunnen volbrengen. Ouders en andere opvoeders hebben ruimte en vrijheid nodig om hun kinderen op te voeden volgens hun eigen normen, waarden en (geloofs)overtuiging. Juist ook in de keuze voor onderwijs. Onderwijsvrijheid is een fundamenteel recht dat bescherming nodig heeft."
  5. "Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."