De regering moet zorgen voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs. Dat betekent dat scholen direct geld krijgen van de overheid. Nu gaat het geld via samenwerkingsverbanden. Hierdoor beïnvloeden financiële keuzes waar leerlingen terechtkomen. Dat is niet goed, want kinderen hebben snel de juiste hulp nodig. Ook neemt het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs snel toe.
Motie van het lid Moorman c.s. over het wetstraject voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs met prioriteit behandelen
De kamer,
constaterende dat de financiering van leerlingen in het praktijkonderwijs
momenteel via samenwerkingsverbanden verloopt en dat financiële
afwegingen van invloed kunnen zijn op plaatsingsbesluiten;
overwegende dat het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs toeneemt
en dat hierdoor de druk op het huidige systeem verder kan toenemen;
overwegende dat het van belang is dat leerlingen tijdig toegang krijgen
tot de onderwijsvorm die het beste aansluit bij hun ondersteunings- en
onderwijsbehoefte;
verzoekt de regering het wetstraject voor rechtstreekse bekostiging van
het praktijkonderwijs met prioriteit te behandelen, de Kamer te informeren
over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en invoering
hiervan, en dit voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer te doen
toekomen.
Argumenten voor: De partij streeft naar langjarige zekerheid in de bekostiging van het onderwijs [1] en wil dat financiering minder gericht is op studentenaantallen [1][4]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat leerlingen problemen ervaren bij de overstap tussen verschillende onderwijsniveaus [5] en zet in op vroege signalering van problemen op school om leerlingen de juiste ondersteuning te bieden [3].
Argumenten tegen: De partij benadrukt in het programma het belang van samenwerking tussen onderwijsinstellingen [1] en de nauwe verbinding tussen het onderwijs en het bedrijfsleven [2]. De motie vraagt om een verschuiving weg van de huidige financiering via samenwerkingsverbanden, wat in strijd zou kunnen zijn met deze nadruk op samenwerking.
Bronnen:
"We zetten in op een nieuw mbo-pact voor langjarige zekerheid met een verbeterde bekostiging, meer samenwerking met het bedrijfsleven en werkgevers en een grotere rol op het gebied van leven lang ontwikkelen. Bekostiging van het mbo wordt meer langjarig, minder gestuurd op studentenaantallen en meer gebaseerd op samenwerking tussen instellingen met een grotere rol op het gebied van een leven lang ontwikkelen en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt 2. We willen het mbo-opleidingsaanbod in krimpregio's waarborgen."
"We willen in het vmbo en het mbo blijven opleiden voor toekomstige banen en de verbinding met de praktijk versterken. Onderwijs en bedrijfsleven werken nauw samen met bijzondere aandacht voor techniekopleidingen en opleidingen gericht op zorg, onderwijs en kinderopvang."
"Wij zetten in op een vast aanspreekpunt op school voor jeugdhulp en een betere, vroege signalering van problemen. We willen de onderwijs-jeugdzorgarrangementen behouden, omdat ze onmisbaar zijn voor kinderen die op school vastlopen."
"Met het hoger onderwijs sluiten we een Kennispact. Daar hoort bij dat er meer regie komt op samenwerking en specialisatie. Bekostiging van hogere onderwijsinstellingen wordt minder gericht op aantallen studenten. We kiezen voor hoger onderwijsinstellingen als onderdeel van regionale kennisecosystemen waarin ieder doet waar hij goed in is."
"We maken een eind aan de situatie dat scholen door de onderwijsinspectie negatief worden beoordeeld als havoleerlingen de overstap willen maken naar het mbo, vwoleerlingen naar de havo of havoleerlingen naar het vmbo."