Directe financiering voor het praktijkonderwijs

De regering moet zorgen voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs. Dat betekent dat scholen direct geld krijgen van de overheid. Nu gaat het geld via samenwerkingsverbanden. Hierdoor beïnvloeden financiële keuzes waar leerlingen terechtkomen. Dat is niet goed, want kinderen hebben snel de juiste hulp nodig. Ook neemt het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs snel toe.

Motie van het lid Moorman c.s. over het wetstraject voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs met prioriteit behandelen

De kamer, constaterende dat de financiering van leerlingen in het praktijkonderwijs momenteel via samenwerkingsverbanden verloopt en dat financiële afwegingen van invloed kunnen zijn op plaatsingsbesluiten; overwegende dat het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs toeneemt en dat hierdoor de druk op het huidige systeem verder kan toenemen; overwegende dat het van belang is dat leerlingen tijdig toegang krijgen tot de onderwijsvorm die het beste aansluit bij hun ondersteunings- en onderwijsbehoefte; verzoekt de regering het wetstraject voor rechtstreekse bekostiging van het praktijkonderwijs met prioriteit te behandelen, de Kamer te informeren over een concreet tijdpad voor de verdere uitwerking en invoering hiervan, en dit voor de begrotingsbehandeling aan de Kamer te doen toekomen.
10 juni | D66, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil meer grip op de geldstromen in het onderwijs en streeft naar een doelmatigere besteding van het geld [2]. Daarnaast wil de partij inzetten op passend onderwijs dat aansluit bij de individuele behoeften en talenten van elk kind [3].

Argumenten tegen: De partij wil dat onderwijsinstellingen meer gaan samenwerken [1] en wil voorkomen dat de overheid te veel stuurt [4].

Bronnen:

  1. "Geen inhoudelijke bemoeienis, wel richting geven: Om de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren gaat de overheid meer sturen op de verdeling van aantallen studenten over opleidingen. De bekostiging moet gebaseerd worden op de capaciteit. We gaan instellingen vragen meer samen te werken, zich te profileren op thema's en minder te concurreren op studentenaantallen. De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt daartoe gemoderniseerd, zodat instellingen hun aanbod makkelijker kunnen vernieuwen."
  2. "Meer grip op geldstromen: De afgelopen jaren is de kwaliteit van ons onderwijs, ondanks extra geld, niet beter geworden. We moeten ons onderwijsgeld doelmatiger uitgeven. We bouwen het aantal subsidies af en gaan oormerken in de lumpsum. Regelingen die niet zichtbaar bijdragen aan kwalitatief beter onderwijs, schaffen we af."
  3. "Passend onderwijs voor elk kind: Wanneer veel leerlingen die extra aandacht nodig hebben in één reguliere klas zitten, gaat dat ten koste van het leerproces van alle leerlingen en van leraren. We blijven het speciaal onderwijs verbeteren. Onnodige barrières in het reguliere onderwijs halen we weg, bijvoorbeeld voor leerlingen met een lichamelijke beperking. We zetten ons in voor passend onderwijs dat aansluit bij de vaardigheden van elk individueel kind. Ook kinderen met bijzondere talenten of behoeften verdienen een passende plek. Of het nu gaat om topsporters, hoogbegaafde leerlingen of kinderen die extra ondersteuning nodig hebben - het onderwijs moet hen uitdagen én ondersteunen. Elke school heeft een plusklas en elke regio biedt voltijds hoogbegaafdheidsonderwijs aan. Er komt een landelijke handreiking voor invulling van plusklassen en extra vakken."
  4. "Ons mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs bruist van de gouden handen en de knappe koppen. Als we in de toekomst willen innoveren hebben we hun kennis en kunde hard nodig. We vertrouwen erop dat instellingen en studenten hun eigen keuzes kunnen maken, zonder een overheid die te veel stuurt. Tegelijkertijd ontslaat dat de politiek niet van de plicht om, in periodes waarin arbeidsmarkttekorten, richting te geven. De VVD wil de stap naar voren zetten: het is tijd voor een toekomstbeeld voor het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs."