De regering moet onderzoeken of er een landelijke maximale termijn moet komen voor middenhuurwoningen. Nu is er alleen een minimale termijn van tien jaar. Duidelijke regels geven investeerders zekerheid. Dit is nodig om de bouw van nieuwe woningen financieel haalbaar te houden en genoeg woningen te bouwen.
Motie van het lid Nobel c.s. over een landelijke maximumtermijn onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen
De kamer,
constaterende dat voor middenhuurwoningen een minimale instandhoudingstermijn van tien jaar wordt voorgesteld, maar geen maximale
termijn;
overwegende dat hierdoor verschillen kunnen ontstaan in de wijze
waarop gemeenten instandhoudingstermijnen voor middenhuurwoningen toepassen;
overwegende dat een evenwichtige instandhoudingstermijn van belang is
voor de financiële haalbaarheid van nieuwe middenhuurprojecten en
daarmee voor de realisatie van voldoende middenhuurwoningen;
overwegende dat duidelijke en voorspelbare landelijke kaders bijdragen
aan uitvoerbaarheid voor gemeenten en investeringszekerheid voor
professionele verhuurders, zoals institutionele beleggers;
verzoekt de regering een landelijke maximumtermijn te onderzoeken voor
de instandhouding van middenhuurwoningen.
Argumenten voor: De partij wil dat bouwers weten waar ze aan toe zijn door een langetermijnplan van het ministerie van Volkshuisvesting [2]. Daarnaast wil de partij het investeren in huurwoningen voor mensen met een modaal inkomen vergemakkelijken door het wegnemen van ingewikkelde regels of toetsen [3]. Ook wil de partij de belastingdruk op verhuurd vastgoed verlagen om het verhuren weer aantrekkelijk te maken [1][4].
Argumenten tegen: De partij spreekt bij bepaalde regels, zoals parkeernormen, voor het geven van maatwerk aan gemeenten in plaats van landelijke regels [5].
Bronnen:
"Een vast huurcontract blijft de norm. Huurders moeten weten waar ze aan toe zijn. De huurtoeslag wordt omgezet in een huursubsidie, gebaseerd op het inkomen van twee jaar geleden, zodat er geen risico meer is op naheffingen en schulden (voorzien van een vangnet om mensen in schrijnende situaties goed te helpen). We willen dat ook bewoners van studentenkamers toegang krijgen tot deze subsidie. De huren moeten minder hard stijgen dan in voorgaande jaren, door ze niet meer te koppelen aan loonstijgingen maar aan de gemiddelde prijsontwikkeling over meerdere jaren. De Wet betaalbare huur blijft bestaan. Gemeenten worden gestimuleerd om huurteams op te zetten. Daar kunnen huurders terecht met vragen of wanneer ze vermoeden te veel huur te betalen. Particuliere verhuurders komen we tegemoet door de belastingdruk op verhuurd vastgoed in box 3 te verlagen."
"Er is een groot tekort aan woningen: naar schatting 400.000. Om dat in te lopen, moeten we elk jaar 100.000 nieuwe woningen bouwen. De ChristenUnie wil dat dit tempo echt gehaald wordt, en maakt daar het komende decennium 20 miljard euro extra voor vrij: 10 miljard extra investeringen in betaalbare woningbouw en structureel een miljard per jaar door woningcorporaties meer investeringsruimte te bieden dan ze nu hebben We voeren bestaande afspraken over woningbouw - zoals gemaakt op de Woontop en de Nationale Prestatieafspraken - zo snel mogelijk uit. Ook komt er een langetermijnplan van het ministerie van Volkshuisvesting, zodat bouwers weten waar ze aan toe zijn. We zorgen dat ouderen makkelijker kunnen verhuizen naar woningen die beter passen bij hun levensfase. Zo komt er weer ruimte vrij voor gezinnen en starters. Elke gemeente moet daarom ook voldoende seniorenwoningen en hofjes voor ouderen bouwen. Plannen hiervoor leggen zij vast in hun volkshuisvestingsprogramma. Gemeenten kunnen een deel van de nieuw te bouwen sociale huurwoningen reserveren voor starters."
"We willen dat wonen weer betaalbaar wordt voor iedereen. Daarom zorgen we dat minstens twee derde van de nieuw te bouwen huizen betaalbaar is, waaronder 30 procent sociale huur. Om dat mogelijk te maken, geven we woningcorporaties meer financiële ruimte. Ze mogen een deel van hun winst opnieuw investeren in nieuwe woningen (de herbestedingsreserve), dat levert elk jaar een miljard euro extra op voor meer betaalbare huizen. Ook mogen corporaties makkelijker investeren in huurwoningen voor mensen met een modaal inkomen, zonder ingewikkelde regels of toetsen. Voor deze woningen kunnen ze bovendien voordelig geld lenen bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daarnaast zorgen we voor meer betaalbare koopwoningen. Daarom breiden we het Nationaal Fonds Betaalbare Koopwoningen uit, zodat ook starters eindelijk een kans krijgen op de koopmarkt. We onderzoeken de moeilijkheden van starters op de woningmarkt en nemen daarbij de positie van de leenstelselgeneratie mee."
"We bouwen studentenkamers zodat studenten in de stad kunnen wonen waar ze studeren en hun sociale leven opbouwen. We maken hospitaverhuur weer aantrekkelijk, onder andere door huurbescherming bij hospitaverhuur te laten gelden zolang de huurder studeert. Door de belastingdruk op verhuurd vastgoed in box 3 te verlagen, wordt het verhuren van studentenhuizen voor particuliere eigenaren weer aantrekkelijk."
"De ruimte in Nederland is beperkt. Verdichten (méér woningen bouwen binnen bestaande steden) is daarom essentieel. Door te bouwen op plekken waar de infrastructuur al ligt, voorkomen we dat open landschap verdwijnt en houden we voorzieningen bereikbaar. Deze verdichtingsplannen lopen nu vaak vast op strikte parkeernormen, geluidsregels of toegankelijkheidseisen. De ChristenUnie wil daarom slimme aanpassingen van de regels. Binnensteden blijven autoluw, maar we leggen geen landelijke parkeernormen op: dat is maatwerk voor gemeenten. We investeren in goede bereikbaarheid, ook zonder auto. Verdichten is niet hetzelfde als volbouwen: ontmoetingsplekken en een groene omgeving horen hier bij. Geluidsnormen blijven gewaarborgd binnen redelijke kaders en bij toegankelijkheid houden we rekening met de bestaande, vaak historische bouw."