Maximale termijn voor middenhuurwoningen

De regering moet onderzoeken of er een landelijke maximale termijn moet komen voor middenhuurwoningen. Nu is er alleen een minimale termijn van tien jaar. Duidelijke regels geven investeerders zekerheid. Dit is nodig om de bouw van nieuwe woningen financieel haalbaar te houden en genoeg woningen te bouwen.

Motie van het lid Nobel c.s. over een landelijke maximumtermijn onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen

De kamer, constaterende dat voor middenhuurwoningen een minimale instandhoudingstermijn van tien jaar wordt voorgesteld, maar geen maximale termijn; overwegende dat hierdoor verschillen kunnen ontstaan in de wijze waarop gemeenten instandhoudingstermijnen voor middenhuurwoningen toepassen; overwegende dat een evenwichtige instandhoudingstermijn van belang is voor de financiële haalbaarheid van nieuwe middenhuurprojecten en daarmee voor de realisatie van voldoende middenhuurwoningen; overwegende dat duidelijke en voorspelbare landelijke kaders bijdragen aan uitvoerbaarheid voor gemeenten en investeringszekerheid voor professionele verhuurders, zoals institutionele beleggers; verzoekt de regering een landelijke maximumtermijn te onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen.
10 juni | VVD, CDA, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PVV

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een nationaal crisisplan voor voldoende woningen, waarbij de bouw van middenhuurwoningen een belangrijk onderdeel is [1]. Daarnaast wil de partij dat de Rijksoverheid ingrijpt wanneer gemeenten of provincies niet voldoende bouwen of niet meewerken [1][2]. Het creëren van duidelijke, landelijke kaders om verschillen tussen gemeenten te voorkomen, sluit aan bij de wens om de regie bij de Rijksoverheid te leggen en procedures te versnellen [1].

Argumenten tegen: De partij wil fors extra investeren in de woningbouw, waaronder middenhuurwoningen [1]. Een maximale instandhoudingstermijn zou de financiële aantrekkelijkheid van deze woningen voor investeerders kunnen beperken, wat de ambitie om de bouw van middenhuur te versnellen mogelijk in de weg staat [1].

Bronnen:

  1. "Nationaal crisisplan voor voldoende woningen: 1. Nooit meer voorrang op sociale huurwoningen voor statushouders - ook niet met urgentie 2. Forse extra investering in snellere woningbouw: sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen mét voldoende ruimte voor de auto 3. Buitenstedelijk bouwen: méér nieuwe grootschalige woningbouwlocaties 4. Binnenstedelijk bouwen; transformatie van kantoor- en bedrijfspanden; optoppen, splitsen en woningdelen; niet alleen straatjes erbij, maar ook hele buurten en wijken 5. Kortere en snellere vergunningverlening en procedures; tijdelijk beperken van de mogelijkheden tot bezwaar en beroep tegen woningbouw waar een omgevingsplan vastligt 6. Ingrijpen door de Rijksoverheid bij vastgelopen woningprojecten; provincies en gemeenten die niet voldoende bouwen of meewerken, worden aangepakt 7. Schrappen en vereenvoudigen van bouweisen; geen nieuwe duurzaamheidseisen, geen verplichte warmtepomp, niet verplicht van het gas 8. Taakuitbreiding woningbouwcorporaties voor de bouw van extra middenhuurwoningen 9. Planbatenheffing bij wijziging van de bestemming van grond naar woningbouw 10. Permanente bewoning van recreatiewoningen volledig toestaan; ruimte voor woonwagens"
  2. "Woningbouw moet weer een nationale topprioriteit worden. De PVV wil een nationaal crisisplan voor voldoende woningen. Daar trekken we fors extra geld voor uit. We bouwen sociale huurwoningen, middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen - voor starters, gezinnen, alleenstaanden en ouderen - mét voldoende ruimte voor de auto. Waar de woningbouw niet van de grond komt, grijpt de Rijksoverheid in."