Maximale termijn voor middenhuurwoningen

De regering moet onderzoeken of er een landelijke maximale termijn moet komen voor middenhuurwoningen. Nu is er alleen een minimale termijn van tien jaar. Duidelijke regels geven investeerders zekerheid. Dit is nodig om de bouw van nieuwe woningen financieel haalbaar te houden en genoeg woningen te bouwen.

Motie van het lid Nobel c.s. over een landelijke maximumtermijn onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen

De kamer, constaterende dat voor middenhuurwoningen een minimale instandhoudingstermijn van tien jaar wordt voorgesteld, maar geen maximale termijn; overwegende dat hierdoor verschillen kunnen ontstaan in de wijze waarop gemeenten instandhoudingstermijnen voor middenhuurwoningen toepassen; overwegende dat een evenwichtige instandhoudingstermijn van belang is voor de financiële haalbaarheid van nieuwe middenhuurprojecten en daarmee voor de realisatie van voldoende middenhuurwoningen; overwegende dat duidelijke en voorspelbare landelijke kaders bijdragen aan uitvoerbaarheid voor gemeenten en investeringszekerheid voor professionele verhuurders, zoals institutionele beleggers; verzoekt de regering een landelijke maximumtermijn te onderzoeken voor de instandhouding van middenhuurwoningen.
10 juni | VVD, CDA, JA21 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar nationale regie op de volkshuisvesting [4] en wil via een landelijk stelsel van uniforme spelregels de uitvoering van het beleid verbeteren en voorspelbaarder maken [5]. Daarnaast wil de partij het voor partijen zoals pensioenfondsen en verzekeraars aantrekkelijker maken om te blijven investeren in woningbouw en beheer [2].

Argumenten tegen: De partij stelt dat gerealiseerde betaalbare (midden)woningen voor onbepaalde tijd betaalbaar moeten blijven door middel van duidelijke afspraken [1]. Daarnaast is de partij expliciet voorstander van de uitbreiding van de huurregulering naar het middensegment [3].

Bronnen:

  1. "De overheid financiert onder de voorwaarde dat gerealiseerde betaalbare (midden)woningen voor onbepaalde tijd ook echt betaalbaar blijven. De Rijksoverheid en gemeenten moeten hiervoor duidelijke, afdwingbare afspraken vastleggen in contracten met projectontwikkelaars."
  2. "De Rijksoverheid treedt vaker op als medefinancier van bouwprojecten voor betaalbare woningen, bijvoorbeeld door leningen of garanties te verstrekken. Voor het aanpakken van de grote tekorten aan middenwoningen, onderzoekt de Rijksoverheid of de WSW-garantstelling kan worden uitgebreid naar het middensegment. We onderzoeken ook of deze garantstelling toegankelijk kan worden gemaakt voor andere marktpartijen, zodat het bijvoorbeeld ook voor pensioenfondsen en verzekeraars aantrekkelijker wordt om te blijven investeren in woningbouw- en beheer. Om meer overheidsfinanciering bij woonprojecten mogelijk te maken, dringt Nederland er bij de Europese Commissie op aan dat de staatssteunregels voor huisvesting worden versoepeld."
  3. "We moeten niet alleen betaalbaar bouwen, maar wonen ook betaalbaar houden. Volt is voorstander van de uitbreiding van de huurregulering naar het middensegment. Volt wil meer controles op eerlijke huurprijzen, ook als er wordt gewisseld van huurder. De gemeente moet proactief controles uitvoeren en boetes uitdelen als verhuurders de maximale huurprijzen niet respecteren."
  4. "Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening krijgt een structureel budget waarmee het doel van 1 miljoen woningen bouwen ook echt gehaald kan worden. Daarnaast is nationale regie op de volkshuisvesting en ruimtelijke ordening nodig om nieuwe problemen in de toekomst te voorkomen. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening stelt langetermijnbeleid op voor een stabiele en proactieve sturing op een toekomstbestendig en blijvend passend woningbestand in Nederland."
  5. "Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-) bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn. Daarmee maken we het woningbouwbeleid eenvoudiger toe te passen en beter uitlegbaar. Ook innovatieve bouwmethoden kunnen op deze wijze sneller en vaker grootschalig worden ingezet."