Betere regels voor duurzame gewasbescherming

De regering moet onderzoeken hoe de regels voor gewasbescherming verbeterd kunnen worden. De huidige regels beperken een aanpak die over verschillende gewassen heen kijkt. Een integrale aanpak vermindert het gebruik van bestrijdingsmiddelen en is beter voor het milieu. De regering moet kijken of 'regulatory sandboxes' (testplekken voor nieuwe methoden) hierbij kunnen helpen.

Motie van het lid Den Hollander c.s. over nationale en Europese belemmeringen inventariseren die toepassing van geïntegreerde gewasbescherming in de weg staan

De kamer, constaterende dat geïntegreerde gewasbescherming erop gericht is ziekten en plagen zo effectief en duurzaam mogelijk te bestrijden, met zo min mogelijk belasting voor milieu en omgeving; constaterende dat daarbij wordt gekeken naar de samenhang tussen opeenvolgende gewassen, omdat de meest effectieve bestrijding niet altijd plaats gaat vinden in het gewas waar de schade zichtbaar wordt; constaterende dat nieuwe plagen, zoals de glasvleugelcicade, in omringende landen al grote schade veroorzaken aan onder meer aardappelen en suikerbieten en zich richting Nederland verspreiden; overwegende dat een integrale aanpak van ziekten en plagen over meerdere gewassen heen kan leiden tot minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, minder risico op resistentievorming en een lagere milieubelasting; overwegende dat de huidige wet- en regelgeving dergelijke effectieve en duurzame maatregelen in de praktijk kan belemmeren; verzoekt de regering te inventariseren welke nationale en Europese belemmeringen een effectieve toepassing van geïntegreerde gewasbescherming in de weg staan, en daarbij te verkennen hoe regulatory sandboxes kunnen worden ingezet om innovatieve en geïntegreerde gewasbeschermingsmaatregelen in de praktijk te testen; verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat maatregelen binnen geïntegreerde gewasbescherming worden beoordeeld op hun effectiviteit, proportionaliteit en totale milieuwinst over meerdere gewassen heen, en niet uitsluitend per afzonderlijk gewas, en de Kamer vóór het einde van 2026 te informeren over de stappen die hiervoor nationaal en Europees kst-27858-758 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 858, nr. 758 1 worden gezet, waaronder de mogelijkheden voor het toepassen van regulatory sandboxes.
11 juni | VVD, BBB, CDA, CU, JA21, SGP | Aangenomen: 117–33 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar een fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en wil dat groene middelen sneller beschikbaar komen [1]. Daarnaast zet de partij in op een gebalanceerde landbouwsector met meer oog voor de natuur [4], waarbij biodiversiteit essentieel is voor de weerbaarheid tegen ziekten en plagen [1]. De motie, die gericht is op het wegnemen van belemmeringen voor geïntegreerde gewasbescherming, ondersteunt deze doelen. Bovendien pleit de partij voor het sturen op doelen in plaats van op middelvoorschriften [3][5]; de motie vraagt juist om maatregelen te beoordelen op hun effectiviteit en totale milieuwinst in plaats van uitsluitend per afzonderlijk gewas. Tot slot sluit het gebruik van 'regulatory sandboxes' om innovatieve maatregelen te testen aan bij de nadruk van de partij op innovatie [2].

Argumenten tegen: De partij benadrukt dat er bij hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen behoefte is aan 'realistisch beleid' [1]. Ook wil de partij voorkomen dat boeren te maken krijgen met ingewikkelde regels [4]. Er zou een argument kunnen zijn dat het inventariseren van Europese belemmeringen of nieuwe beoordelingskaders kan leiden tot meer regelgeving of onzekerheid, hoewel de motie juist beoogt barrières weg te nemen.

Bronnen:

  1. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
  2. "Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
  3. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  4. "Onze boeren, tuinders en vissers werken dagelijks in weer en wind om ons van ons voedsel te voorzien. Vaak zijn het familiebedrijven die, ondanks vaak te lage prijzen en ingewikkelde regels en rechtsonzekerheid, ons van voedsel voorzien en voor onze omgeving zorgen. Als rentmeesters geven ze invulling aan Gods opdracht om de schepping te bewerken en bewaren. Ze onderhouden ons prachtige Nederlandse landschap. Helaas is het huidige landbouw- en voedselsysteem door politieke en commerciële druk niet meer in balans met de omgeving en natuur. De ChristenUnie streeft naar een gebalanceerde landbouwsector: extensiever en met meer oog voor de natuur. Krimp van de veestapel gaat daarbij gepaard met een passend hernieuwd verdienmodel voor de boer."
  5. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."