De regering moet een landelijke spoedroute invoeren bij ernstige kindermishandeling. Bij signalen zoals verwondingen of schoolverzuim mag er geen tijd verloren gaan. Binnen 24 uur moet er een besluit zijn over de veiligheid van het kind of uithuisplaatsing (het kind uit huis plaatsen). Ook moet één instantie de volledige verantwoordelijkheid dragen.
Motie van het lid Van Meetelen over een landelijke spoedroute bij ernstige signalen van kindermishandeling
De kamer,
constaterende dat bij ernstige kindermishandeling vaak al eerder signalen
bestaan van ondervoeding, verwondingen, opsluiting, schoolverzuim,
uitputting of ziekenhuisopname;
overwegende dat bij zulke signalen geen weken of maanden verloren
mogen gaan aan overleg, afwegingen en doorschuiven;
verzoekt de regering een landelijke spoedroute in te voeren waarbij er bij
ernstige signalen van kindermishandeling onmiddellijk multidisciplinair
wordt opgeschaald en er binnen 24 uur een veiligheidsbesluit wordt
genomen over bescherming of uithuisplaatsing van het kind;
verzoekt de regering daarbij één eindverantwoordelijke instantie aan te
wijzen die niet kan wegduiken achter ketenpartners.
Argumenten voor: De partij stelt dat de veiligheid van het kind voorop staat en dat uithuisplaatsing een laatste optie is wanneer die veiligheid in het geding is [1]. Om de veiligheid te bevorderen, wil de partij het voor instanties makkelijker maken om gegevens uit te wisselen [4]. Daarnaast wordt gepleit voor betere samenwerking tussen professionals in de keten rondom een gezin [1] en wordt heroverwogen of de jeugdbescherming sneller, bijvoorbeeld zonder overleg met de gemeente, ingezet kan worden [2]. Ook wil de partij een minister expliciet verantwoordelijk maken voor samenhangend gezinsbeleid [3].
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat uithuisplaatsing een zeer ingrijpende gebeurtenis is die de emotionele band tussen ouder en kind verbreekt [1]. Er moet eerst alles op alles worden gezet om uithuisplaatsing te voorkomen [1], wat mogelijk botst met de eis uit de motie om binnen 24 uur een besluit te nemen. Daarnaast moet de rechtsbescherming van zowel kinderen als ouders fors verbeterd worden [1].
Bronnen:
"Uithuisplaatsing is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis, juist omdat die de bloedband en het diepe emotionele verbond tussen ouder en kind verbreekt. Niet voor niets is het recht op gezinsleven verankerd in mensenrechtenverdragen. Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat. Samen met de jongere en de ouder(s) moet eerst alles op alles worden gezet om te voorkomen dat dit nodig is. Jeugdzorgorganisaties die hier succesvol werk van maken, worden beloond. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, zijn pleeggezinnen en gezinshuizen te prefereren boven opvang in een instelling. Er wordt zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien. De rechtsbescherming van kinderen en ouders wordt fors verbeterd. Gesloten jeugdzorg wordt zorgvuldig afgebouwd. Er komt passende aanvullende financiering voor het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming, waarbij professionals in de keten veel beter samenwerken rond een gezin. Een stelselwijziging is geen doel op zich."
"We organiseren de jeugdhulp beter door slimmere regionale (en waar nodig landelijke) inkoop en minder papierwerk. Daardoor wordt juist de specialistische jeugdhulp beter beschikbaar, zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten, trauma of een eetstoornis sneller geholpen worden. Gemeenten krijgen structureel voldoende financiële middelen krijgen voor passende inzet van jeugdhulp. Daarbij wordt heroverwogen of de huisarts en de jeugdbescherming zonder overleg met de gemeente jeugdzorg kunnen inzetten. De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg."
"Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."
"Teveel volwassenen en kinderen zijn jaarlijks slachtoffer van ernstig geweld in huiselijke kring, straatintimidatie, seksueel geweld, femicide of van eerwraak. Ook worden in Nederland veel vrouwen vermoord door vaak - hun (ex-)partner. Dit is onverteerbaar. Om het tij te keren, verlagen we drempels om geweld of stalking te melden, zorgen we voor gezinsgerichte ondersteuning en opvangplaatsen voor slachtoffers, maken het voor instanties eenvoudiger om gegevens uit te wisselen ter bevordering van de veiligheid en versterken we de Centra voor Seksueel Geweld. We leren van de aanpak uit andere landen om femicide te voorkomen. Daders van huiselijk geweld en eerwraak worden streng gestraft en met begeleiding en therapie willen we spiralen en patronen van geweld, die soms van generatie op generatie worden doorgegeven, doorbreken."