Ondersteuning ondernemers via de SER

De regering moet ondernemers blijven helpen via de SER (de Sociaal-Economische Raad). Nederlandse bedrijven hebben een nadeel als zij strengere regels volgen voor IMVO (internationaal verantwoord ondernemen) dan Europese concurrenten. De steun van de SER helpt hen bij deze regels. Ook moet de regering kijken hoe deze hulp naar andere sectoren kan worden uitgebreid.

Motie van het lid Verkuijlen c.s. over voortzetting van de ondersteuning van ondernemers via de SER

De kamer, constaterende dat imvo-wetgeving kan bijdragen aan stabielere toeleveringsketens en een betere internationale markttoegang voor Nederlandse ondernemers; erkennende dat Nederlandse ondernemers in hun internationale concurrentiepositie worden benadeeld wanneer zij sneller of strenger aan imvo-eisen moeten voldoen dan hun Europese concurrenten; overwegende dat de SER een waardevolle bijdrage aan het concurrentievermogen van Nederlandse ondernemers levert door hen praktisch te ondersteunen bij het voldoen aan imvo-wetgeving; verzoekt de regering ondersteuning van ondernemers via de SER voort te zetten; verzoekt de regering tevens te bezien op welke wijze deze verbreed kan worden naar andere sectoren.
11 juni | VVD, CDA, D66 |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij strijdt voor wetgeving die internationale handel aan gedragsregels laat voldoen, zoals de Wvedio [2]. Ook vindt de partij dat Nederlandse productie die aan hoge standaarden voldoet, niet weggeconcurreerd mag worden door producten met lagere standaarden [1]. Daarnaast streeft de partij naar een gelijkwaardig Europees speelveld [4].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt voor overregulering, waarbij bedrijven worden gevraagd om enorme administraties bij te houden die niet bijdragen aan een redelijk doel [3]. Er is daarnaast zorgen over het overladen van het bedrijfsleven met onnodige regeldruk en onduidelijkheid [5].

Bronnen:

  1. "Regels die voor Nederlandse bedrijven gelden, zijn ook van kracht op geïmporteerde goederen. Het kan en mag niet zo zijn dat Nederlandse productie die voldoet aan de hoogste standaarden wordt weggeconcurreerd doordat vergelijkbare producten met lagere standaarden wel geïmporteerd mogen worden, zoals gebeurt met dierlijke producten."
  2. "We willen dat iedereen beter wordt van internationale handel. Internationale handel wordt in toenemende mate ingezet als een geopolitiek instrument. Nederland moet daarin niet naïef zijn en bij (dreigende) importheffingen met gelijke munt terugslaan middels gerichte, proportionele en effectieve tegenmaatregelen zonder verdere escalatie uit te lokken. Diplomatieke kanalen moeten hierbij zoveel mogelijk worden opengehouden. Ongewenste strategische afhankelijkheden worden in kaart gebracht en zo snel mogelijk afgebouwd. Alle internationale handel moet voldoen aan (internationale) gedragsregels, zoals de Wvedio (Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen). Voor deze wet blijven we strijden omdat we willen dat iedereen beter wordt van internationale handel."
  3. "Dat een vitale en duurzame economie mogelijk is, laten veel bedrijven al zien. Ze dragen door slimme innovaties bij aan de waardecreatie van de toekomst. Als goede werkgevers dragen ze zorg voor hun personeel en maken verantwoorde keuzes als het gaat om duurzaamheid en milieu. Natuurlijk is normering vanuit de overheid hierbij nodig, bijvoorbeeld om achterblijvers te prikkelen om ook die goede keuzes te maken. Dit leidt soms echter tot overregulering, waarbij van bedrijven wordt gevraagd om kolossale administratiesystemen bij te houden die niet of zeer beperkt bijdragen aan een redelijk doel. Ondernemers die alle ritten van hun personeel bijhouden en rapporteren. Kleine bedrijven die met moeite voldoen aan de gedetailleerde CSRDuitvragen van bedrijven verderop in de keten. Of financiële instellingen die rapporteren over talloze indicatoren, zonder dat dit hun portefeuille daadwerkelijk duurzamer maakt."
  4. "Nederlandse bedrijven ervaren momenteel geen gelijk Europees speelveld, bijvoorbeeld als het gaat om staatssteun of Nederlandse nettarieven die hoger zijn dan in buurlanden. Ook vangen verschillende Europese landen elkaar vliegen af door belastingconcurrentie om grote bedrijven binnen te halen. Dat moet anders. Er komen Europese ondergrenzen en een vergelijkbaar én mondiaal aantrekkelijk Europees (fiscaal) speelveld met duidelijke en handhaafbare kaders voor nationale staatssteun."
  5. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."