De regering moet in Europa inzetten voor uitzonderingen op Europese milieuregels, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn (bescherming van natuur). Deze regels zorgen nu voor vertraging bij de bouw van woningen en energieprojecten. Door tijdelijke uitzonderingen te vragen, kunnen deze belangrijke projecten weer vlotter doorgaan.
Motie van het lid Keijzer over een derogatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, Richtlijn Luchtkwaliteit en MER-richtlijn
De kamer,
constaterende dat Europese ruimtelijke regels en milieuregels door
stapeling en overlap de Nederlandse vergunningverlening voor
woningbouw, energie, industrie en gebiedsontwikkeling ernstig vertragen
en projecten doen stilvallen;
overwegende dat de Europese Milieuomnibus een kans biedt om deze
knelpunten op EU-niveau aan te pakken en dat een gerichte derogatie
tijdens de bouwfase een proportionele oplossing kan bieden;
verzoekt de regering zich in Europees verband actief in te zetten voor een
derogatie van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water, Richtlijn
Luchtkwaliteit en MER-richtlijn, specifiek voor projecten die bijdragen aan
de versterking van onze industrie, energievoorziening, digitalisering,
woningbouw en voedselproductie.
Argumenten voor: De partij wil vergunningsprocedures versimpelen en versnellen, omdat de bouw van woningen momenteel vastloopt door ingewikkelde regels rondom natuur en milieu [1]. De partij geeft expliciet aan dat Europese regels over natuurbescherming moeten worden aangepast om dit te bewerkstelligen [1]. Daarnaast stelt de partij dat de stikstofcrisis en de huidige regelgeving de bouw van woningen, de aanleg van infrastructuur en de economische kracht verlammen [3952, 3957]. Er is een duidelijke behoefte om de bouw van woningen en wegen weer los te trekken, bijvoorbeeld door middel van specifieke vrijstellingen [4], en de partij wil op Europees niveau inzetten op meer realistische data voor de staat van de natuur [2]. Ook wil de partij voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk [3].
Argumenten tegen: De partij stelt dat het versimpelen van procedures moet gebeuren zonder dat dit afbreuk doet aan een gezonde en veilige plek om te leven [1]. Daarnaast benadrukt de partij dat natuurherstel en een ambitieus emissiereductiebeleid noodzakelijk blijven [3966, 3969].
Bronnen:
"De bouw van woningen loopt vaak vast in lange en ingewikkelde vergunningsprocedures. Er zijn veel regels, verplichte onderzoeken naar natuur, archeologie en milieu én er is een tekort aan mensen die de vergunningen afhandelen. We versimpelen en versnellen daarom vergunningprocedures, zodat de meeste tijd van een bouwproject niet meer in procedures zit. Dit doen we zonder afbreuk te doen aan een gezonde en veilige plek om te leven. Landelijke en Europese regels over natuurbescherming passen we hierop aan. Voor grote nieuwbouwlocaties komt er een centrale aanpak, waarin"
"boerenbedrijven die PAS-melder zijn niet over de juiste vergunningen. We zetten alles op alles om deze groep ondernemers te legaliseren met een natuurvergunning. Zo moeten de provincies gebiedsgericht met voorrang vrijgekomen stikstofruimte ter beschikking stellen aan deze ondernemers. Daarvoor moet wel voldaan worden aan het additionaliteitsvereiste. Legalisering kan daarom niet losstaan van op natuurherstel gerichte maatregelen in combinatie met een geborgd emissiereductieplan. PAS-melders met een lage impact op de natuur worden via een versnelde, eenvoudige procedure gelegaliseerd. Op Europees niveau wordt ingezet op het hanteren van realistische referentiedata voor de staat van de natuur."
"We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
"Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."