De regering moet een plan maken voor een groennorm in steden. In veel buurten is te weinig groen en te veel beton. Dit zorgt voor steeds meer hittestress, oftewel oververhitting door de zon.
Motie van het lid Beckerman over een groennorm voor stedelijke gebieden om hittestress tegen te gaan
De kamer,
constaterende dat maar liefst 800.000 mensen in sterk versteende buurten
met te weinig openbaar groen wonen;
overwegende dat dit in toenemende mate tot hittestress leidt;
verzoekt de regering een plan uit te werken voor een groennorm voor
stedelijke gebieden om hittestress tegen te gaan.
Argumenten voor: De partij steunt de realisatie van de 3-30-300 regeling in steden, waarbij wordt gestreefd naar zichtbare bomen, schaduw door bomen en nabijheid van verkoelende vergroening [2]. Daarnaast wil de partij 25% groen in de wijken en meer groenblauwe daken [3]. Het transformeren van straten naar groene lanen wordt gezien als een manier om ruimte te winnen voor verkoelend groen [1]. Bovendien pleit de partij ervoor dat de Rijksoverheid bij ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie een gezond leefklimaat als criterium meeneemt [4] en dat de Woningwet wordt aangepast zodat bij besluitvorming rekening wordt gehouden met het klimaat en leefomstandigheden [5].
Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen argumenten tegen het instellen van een groennorm voor stedelijke gebieden.
Bronnen:
"Gemeenten kunnen parkeernormen aanpassen en straten transformeren tot autoluwe groene lanen. Hierdoor winnen we ruimte voor verkoelend en recreatief groen, dat mensen uitdaagt om meer te bewegen. Zo creëren we meer woonruimte binnen steden, zodat de woonruimte niet ten koste gaat van de groene gebieden buiten de steden."
"We ondersteunen gemeenten bij het realiseren van de 3-30-300 regeling in steden. 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30% van de straat heeft schaduw van bomen en het is maximaal 300 meter naar het dichtstbijzijnde parkje met verkoelende vergroening."
"Zo wil Volt waar het kan 25% groen in de wijken, meer groenblauwe daken, innovatieve duurzame bouw en meer functievrije of gemengde bestemmingen."
"Alle uitdagingen van deze tijd hangen met elkaar samen. Bij aanbestedingen en besluitvorming op landelijk niveau m.b.t. ruimtelijke ordening, mobiliteit, water, groen, energietransitie, klimaatadaptatie, sport en (her)ontwikkeling van gebieden moet de Rijksoverheid ook fysieke en mentale gezondheidsaspecten en een gezond leefklimaat in de criteria betrekken."
"We moeten centraal regie voeren op de ruimtelijke ordening en deze integraal bekijken. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) moet de keuzes voor de toekomst maken, zodat provincies en gemeenten meer duidelijkheid krijgen. Dan kunnen we in heel Nederland toekomstbestendig bouwen. Volt wil aan de Nota Ruimte een visie toevoegen voor Nederland in 2100. Hierin zorgen we dat er in de toekomst ruimte is voor duurzame landbouw, wonen, natuur, industrie en infrastructuur, met als uitgangspunt een duurzame leefomgeving voor mens en natuur. We passen de Woningwet aan, zodat in de besluitvorming rekening gehouden moet worden met het klimaat en andere leefomstandigheden over 30 jaar."