Subsidies moeten beter voor de natuur worden

De regering moet voor negentien subsidies uitleggen hoe ze deze biodiversiteitsvriendelijk maken. Deze subsidies schaden namelijk de biodiversiteit en de voedselzekerheid. Dat gaat in tegen de natuurdoelen die in het coalitieakkoord zijn afgesproken.

Motie van het lid Kostić over subsidies met een negatief effect op de biodiversiteit biodiversiteitsvriendelijk maken

De kamer, constaterende dat een consortium van Wageningen, CE Delft en Naturalis in opdracht van het Ministerie van LVVN onderzoek heeft gedaan naar de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit; constaterende dat uit het onderzoek blijkt dat er negentien subsidies zijn die ronduit een negatief effect hebben op de biodiversiteit en daarmee op onder andere onze voedselzekerheid; constaterende dat de Kamer meermaals via moties (29 435, nr. 275 en 21 501-08, nr. 942) de regering de opdracht heeft gegeven om aan natuurdoelen te voldoen en dat het coalitieakkoord die doelen ook omarmt, maar dat de genoemde subsidies daar aantoonbaar afbreuk aan doen; verzoekt de regering om voor elk van deze negentien genoemde subsidies te onderbouwen hoe zij deze aantoonbaar biodiversiteitsvriendelijk wil maken, zodat deze niet meer ten koste gaan van de in het coalitieakkoord afgesproken natuurdoelen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren.
16 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij wil natuurherstel prioriteren en de biodiversiteit beschermen [2]. Er wordt gepleit voor het afbouwen van subsidies die schadelijke activiteiten in stand houden, zoals fossiele subsidies [1][5]. In plaats daarvan wil de partij dat subsidies juist natuurvriendelijk gedrag belonen, bijvoorbeeld door boeren te vergoeden voor landschapsbeheer [3][7] en de landbouw aan te passen aan de draagkracht van de natuur [6]. Bovendien wil de partij dat de duurzame optie aantrekkelijk wordt doordat vervuilers betalen voor hun uitstoot [4].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Vervuiling heeft een prijs. Vervuiling heeft een prijs. Fossiele vervuilers ontvangen nu tientallen miljarden aan subsidies voor hun vervuilende activiteiten. Deze fossiele subsidies zetten duurzame bedrijven op achterstand en houden de fossiele economie in stand. We bouwen fossiele subsidies zo snel mogelijk af, zoveel mogelijk in Europees verband, maar met de afbouw van Nederlandse fossiele subsidies wachten we niet op Europa. We voeren een volledig verbod in op reclames voor fossiele producten en diensten."
  2. "Prioriteit aan natuurherstel. Naast teveel stikstof, leidt de natuur onder verdroging, teruglopende biodiversiteit, verslechterende waterkwaliteit, versnippering en overexploitatie. We starten een ambitieus programma om onze natuur op orde te brengen, zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. Natuurbescherming is een randvoorwaarde voor herstel. We voeren daarom de Europese Biodiversiteitsstrategie 2030 volledig uit. Dit houdt in dat minimaal 30% van het landoppervlak en 30% van het Nederlandse deel van de Noordzee wettelijk wordt beschermd, waarvan een belangrijk deel strikt beschermd wordt."
  3. "Ondernemen met natuur. De boer is behalve voedselproducent ook beheerder van ons landschap. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om meer nadruk te leggen op natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Overheden gaan daarom langjarige contracten aan met boeren en in Europa strijden we voor hoge milieunormen en voor Europese landbouwsubsidies die goede omgang met de natuur belonen."
  4. "Een gezonde natuur is de basis van het leven en van een duurzame voedselproductie. De natuur geeft ons drinkwater, gezond en goed voedsel van vruchtbare bodems en schone lucht. Maar door kortetermijnwinsten te verkiezen boven zorg voor ons drinkwater, landschap, onze bodem en luchtkwaliteit staan de natuur en onze gezondheid onder druk. Vervuilers betalen ondertussen niet voor hun uitstoot en boeren krijgen geen eerlijke beloning voor landschapsbeheer en goede zorg voor de natuur. Wij doen dat wel, zodat de duurzame optie ook de meest aantrekkelijke wordt. Zo blijven de natuur en wijzelf gezond, voorkomen we uitputting van water en grond, en blijft Nederland een fijne en mooie plek om te wonen."
  5. "Financiële sector in lijn met klimaatdoelen. Nederland draagt niet alleen bij aan de klimaatcrisis door haar eigen uitstoot, maar ook door te investeren in vervuilende activiteiten in het buitenland. We zetten ons in om deze investeringen, door zowel onze overheid als onze banken, af te bouwen en te verbieden. Voortbouwend op de geldende Europese regels zetten we in op ambitieuzer klimaatbeleid in de financiële sector. Naast het beëindigen van fossiele subsidies brengen we de Nederlandse financiële sector in lijn met de klimaatdoelen van Parijs. Banken, verzekeraars en pensioenfondsen mogen niet langer investeren in fossiele bedrijven of in nieuwe fossiele projecten. Er komt een wettelijk kader dat zorgt dat nieuwe fossiele investeringen niet meer mogelijk zijn, dat financiële instellingen transparant zijn in de duurzaamheid van hun investeringen, en dat belemmeringen voor groene investeringen wegneemt. Financiële instellingen gaan zo bijdragen aan de noodzakelijke omschakeling naar duurzame energie en een leefbare planeet. Nederland neemt hierin internationaal het voortouw."
  6. "Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."
  7. "Biologische landbouw. Biologische boeren laten al jaren zien dat het produceren van gezond en hoogwaardig voedsel met een kleine voetafdruk mogelijk is. Wij zetten daarom stevig in op uitbreiding van de biologische landbouw. We helpen boeren bij het omschakelen en geven hen een eerlijke vergoeding voor het beheren van ons landschap. Ook stimuleren we het bijmengen van biologische producten en biologische inkoop."